Armand & The Kik – Armand & The Kik

Even een bekentenis: van Armand kende ik tot voor kort alleen “Ben ik te min”. Ook als (zelfbenoemd) expert in de Nederlandstalige pop vond ik het jarenlang niet de moeite waard om de rest van zijn werk te onderzoeken. The Kik brak deze protestzanger voor ons open. Zij lieten hem al opdraven op hun debuutplaat (“Want er is niemand”) en brachten dit jaar met Record Store Day een single met hem uit. De twee liedjes van dat plaatje, “Snelle jongens” en “Fuck the blues”, bleken afkomstig van een compleet gezamenlijk album.

Armand en The Kik zijn in veel opzichten een goed koppel. Armand is in veel opzichten blijven hangen rond 1970, The Kik maakt muziek in de stijl van die tijd. Het was de Rotterdamse band dan ook wel toevertrouwd om deze Armandcomposities, merendeels afkomstig van verschillende oude albums, van beat- en psychedelica-arrangementen te voorzien.

Anders dan Boudewijn de Groot is Armand een echte protestzanger, die vermoedelijk ook niet boos wordt als je hem zo noemt. Engagement en maatschappijkritiek toont hij echter meestal niet met grote gebaren, maar met het alledaagse. ‘Trek je niet terug met zelfmedelijden’ is een veelgehoorde boodschap (“Waar is je glimlach”, “Fuck the blues”).
  Ook iemand die op zijn 69e nog steeds op industriële schaal wiet rookt en lang haar heeft, ontkomt niet aan het burgerleven: zonder schroom zingt hij (in “Giglied”) bezingt hij de vele benzinepompen die hij tegenkomt als hij na een concert met de burgerlijke, vervuilende auto huiswaarts keert. Het intellect wordt evenmin geschuwd: een liedje over de dood, die hij soms in het ziekenhuis in de ogen ziet, heet, met een verwijzing naar P.N. van Eycks gedicht De tuinman en de dood, “De weg naar Isfahan”.
  De grote wereldzaken komen wel om de hoek kijken, maar nooit met enge kreten als ‘kapitalisme’ of ‘revolutie’. Het dichtst in de buurt komt nog “Gemeengoed”, waarin Armand tekeer gaat tegen de grote jongens in alle sectoren (niet in het minst de muziekindustrie). Dit is echter een cover, de enige van de plaat, en wel van de extreemlinkse zanger David Rovics.
  Veelzeggend, want ondanks zijn ongenoegen lijkt de nuance Armand beter te passen. Zonder specifiek doelwit en met een algemene boodschap zijn zijn liedjes ook een stuk tijdlozer. “Ik heb te veel stellingen gehoord om er nog maar eentje te geloven”, zo klinkt het in “Te veel werelden”, en “Ik kan die tijd wel beter benutten / dan me door een of ander normenstelsel op te laten jutten” (“Ik heb het gevonden”). Dat laatste liedje ademt vooral de drop-outboodschap die in de hippietijd soms provocatief werd gepreekt: geen carrière maken, gewoon blowen. Het sarcasme druipt ervan af, maar wat de zanger echt wil, komen we niet te weten: spreekt hier Armand de grootverbruiker, of hebben we juist te maken met een lied tegen blowers wie de rest van de wereld niets meer kan schelen?

Muzikaal ademt de plaat de geest van de sixties, maar bepaald niet de geest van hasjiesj. De beatachtige rock is soms best stevig en in de liedjes “Te veel werelden” en “Waterfiets” bijna opgefokt. Wel ademt vooral kant B een sterk psychedelische sfeer, met blazersarrangementen, onaangekondigde tempowisselingen en vage teksten (bijvoorbeeld “Een mens is wat ‘ie geeft”). “Giglied” is zelfs een countrynummer – niet het eerste genre dat je met de protestgeneratie in verband brengt.
  De muziek is over het algemeen goed; er lijkt geen slecht liedje tussen te zitten. “Snelle jongens”, eerder dit jaar de A-kant van het singletje, springt eruit als pakkend liedje, “Een mens is wat ‘ie geeft” als muzikaal interessante song.

Hoewel Armand veel woorden nodig heeft voor zijn wijdlopige verhalen, en hoewel je je kunt afvragen of je na vijftig jaar protesteren niet een keer aan wat anders toe bent, is er al met al weinig op dit album aan te merken. Het zal waarschijnlijk geen klassieker worden, maar het is wel meer dan een curiosum. De bejaarde zanger en de hippe band vullen elkaars leemtes op en strijden niet om de meeste aandacht: die is gewoon voor Armand. Iedereen die zich afvraagt hoe zo’n samenwerking nou klinkt, kan het album rustig aanschaffen. Mocht deze plaats íéts bereiken, laat het dan zijn dat ik eindelijk eens ga kijken wat de Brabantse protestzanger de afgelopen veertig jaar heeft gemaakt.

Wederganger – Halfvergaan ontwaakt

Blijkbaar werkt er op de (socialemedia)redactie van Onze Taal een metalfan, want hun Twitterkanaal meldde gisteren het bestaan van een vrij nieuwe Nederlandstalige blackmetalband, genaamd Wederganger, die deze maand in beperkte oplage het album Halfvergaan ontwaakt uitbracht. Dit album blijkt zeker de moeite van het recenseren waard.

Nederlandstalige metal – lange tijd was dat nauwelijks mogelijk. Sinds een aantal jaar hebben we Heidevolk, een Vikingmetalband die in de huid van de oude Saksen kruipt en op het podium Germaans carnaval houdt. Black metal was er ook al eerder: de namen Winterkou en Fluisterwoud komen in me op, maar hun muziek ken ik nauwelijks – ze zijn intussen trouwens allebei gestopt.

De Nederlandse taal leent zich nochtans geweldig voor dit soort rouwe metal – beter dan het Engels, dat niet zo stoer Germaans klinkt en bol staat van de Franse leenwoorden. Alleen de titel geeft het al aan: geen vampiers of zombies maar wedergangers, mensen die na hun dood uit het graf terugkeren. Zulk bijgeloof bestond ook in onze streken, waarom zouden we ze dan een creoolse of Slavische naam geven?

De teksten zitten over het algemeen goed in elkaar. Ze zijn niet perfect – kreupelrijmen en antimetrieën komen geregeld voor – maar ze missen hun doel niet: de sinistere sfeer van eeuwenoude angsten en bijgelovige volksverhalen wordt met verve geschilderd. “Gezellig” en “hygiënisch” zijn niet de juiste woorden voor de tekstuele inhoud: “Mijn wormstekige lijf / De gore stank van het graf / Smerige geur van de dood / Die mij sinds jaren omgaf”… De griezelverhalensfeer loopt in “Zwarte gedachten”, het laatste liedje, uit op een compleet aards inferno: “De bronnen vergiftigd / De hemelen zwart / Een wereld gegeseld / Met tergende smart.”

De teksten gaan dus niet over het satanisme, maar over het één-na-favoriete onderwerp van het subgenre. De link met Cradle of Filth is snel gelegd. Ook muzikaal zijn er parallellen aan te wijzen. Wederganger heeft te veel muzikale pretenties om een hardcore blackmetalband te zijn. Voorspelen, naspelen, gitaarsolo’s, het zit er allemaal in, en de hoge grunts worden afgewisseld met lage, heldere zang en spreekzang. Een mooi effect is zingen en grunten tegelijk, zoals in “Dwaallichtbezwering”. De grunts zijn trouwens goed: hoewel dit soort vocalen eigenlijk nooit te verstaan zijn, wordt er beter gearticuleerd dan bij veel bekendere bands.
  Bij extreme muziekgenres ligt eenvormigheid op de loer: ben je niet goed ingewijd, dan gaan de liedjes op elkaar lijken. Veel nummers op dit album vallen er deels aan ten prooi: een ellenlange afwisseling tussen twee akkoorden en steeds herhaalde melodieën. “Dodendans” is met zijn bijna acht minuten echt wel te lang. Andere nummers blijven spannend (of worden weer spannend) door goed gekozen tempowisselingen, waarbij beurtelings drums-in-moordtempo (typisch voor het genre) en rustiger passages te horen zijn. Speciale vermelding verdient “Zwarte gedachten”, met een magnifieke ritmische truc: 3/4-maat in de gitaar tegen 4/4-maat in de drums. Ritmisch onduidelijk, en in de verste verte geen black metal, is ook de Tiersenachtige instrumental “Schimmelspel”.

Ik luister niet elke dag naar metal, laat staan black metal. Er zijn beslist mensen die mij zaken over deze muziek kunnen vertellen die ik niet weet. Maar één ding staat wel vast: ik heb op dit album mooie dingen gehoord, die maar weer eens bewijzen dat de Nederlandse taal voor alles geschikt is. Hopelijk wordt dit album breed opgepikt en komt er een tweede persing van meer dan 1000 stuks. De band verdient het niet om net zo obscuur te blijven als zijn teksten!

Honderd Nederlandstalige popliedjes

Ik had in 2015 grote plannen. Naast mijn (helaas onregelmatige) werk aan dit blog moest er een site komen over mijn specialisatie: Nederpop, of beter Nederlandstalige pop. Met encyclopedische informatie, gefundeerde meningen en dwarsverbanden.

Dat plan heb ik anno 2017 nog steeds, maar de komende tijd komt er van dit project niet veel terecht. Eén deel heb ik echter wel gerealiseerd: een lijst van honderd nummers die de Nederlandstalige pop bepalen, nummers die, alle op hun eigen manier, iets van het verhaal van de popmuziek in het Nederlands, het Fries en de streektalen vertellen. Oud en nieuw, bekend en minder bekend, tienerpop en arti-farti, alles in één lijst. Uitgesmeerd over 2017 heb ik over elk van deze liedjes een blogstukje geschreven.

Niettemin zitten er criteria aan:

  • Nederlandstalige pop, dus niet Nederlandse. De muziek hoeft dus niet uit Nederland te komen, maar mag ook Vlaams of Caribisch zijn.
  • Popmuziek, dus geen schlagerachtige liedjes. Twijfelgevallen (André Hazes, Jan Smit) mogen wel.
  • Het formaat maakt niet uit. Singles, albumtracks en liveversies zijn allemaal welkom.
  • Ook dialecten zijn welkom, evenals het Fries. Rustig maar Friezen, ik weet dat jullie een aparte taal hebben. Ik zou het alleen zonde vinden om wél Groningse en Drentse muziek mee te nemen en geen Friese.
  • Een beetje om de bekende lijstjes heen. Het moet geen kopie worden van Vic van de Reijts Top 100 van Nederlandstalige singles of diens Cover Top 100. Natuurlijk: sommige nummers moeten erin. Zonder “Kom van dat dak af” is een lijst als deze niet compleet.
  • Geen Top 100, dus niet hiërarchisch van minst naar meest belangrijk. Gewoon: 100 liedjes geordend van oud naar jong.
  • Zo breed mogelijk. Als we alleen op kwaliteit zouden letten, kwamen er minstens tien liedjes van Boudewijn de Groot en nog eens vijf van Doe Maar in. Ik heb liever zo veel mogelijk acts, soms wat vergeten of obscuur.
  • Dat betekent dus ook: de nummers die ik in de lijst zet, zijn niet per se de 100 beste in het Nederlands. Evenmin is het noodzakelijk mijn smaak…

De lijst
(Wat een hoop nummers van na 2000, ja van na 2010! Zo slecht gaat het dus niet met de Nederlandstalige pop.)

  1. Drie kleine kleuters met de Jonkers en de Joffers – De trappelzak-boogie (1956)
  2. Peter Koelewijn ft. MC Miker & dj Sven – Kom van dat dak af (1960 – 1989)
  3. Ria Valk – Hou je echt nog van mij, Rockin’ Billy? (1961)
  4. Rob de Nijs – Het ritme van de regen (1963)
  5. ZZ & de Maskers – Dracula (1963)
  6. Het – Ik heb geen zin om op te staan (1965)
  7. Boudewijn de Groot – Testament (1966)
  8. Ronnie & de Ronnies – Beestjes (1967)
  9. Zjef Vanuytsel – De zotte morgen (1970)
  10. Elly & Rikkert – Alles is vrij (1973)
  11. Fungus – Kaap’ren varen (1974)
  12. Ivan Heylen – De wilde boerndochtere (1974)
  13. Teach-In – Dinge-dong (1975)
  14. Bots – Zeven dagen lang (1976)
  15. Peter Koelewijn – KL 204 (Als ik God was) (1976)
  16. Neerlands Hoop – Waar gaan wij naartoe na onze dood? (1976 [Cornelis Vreeswijk, 1966])
  17. Bonnie St. Claire – Dokter Bernhard (1976)
  18. Bert De Coninck – Evelyne (1977)
  19. Alexander Curly – Trollenlied (1977)
  20. Kazzen en Koo – Wat ik geleerd heb in dit leven (1977)
  21. The Bontjie Stars – Madiwodo (1979)
  22. Dorpsstraat – Lepeltje (1979)
  23. Drukwerk – Ik verveel me zo (in Amsterdam-Noord) (1979)
  24. Tedje en de flikkers – Van Agt (1979)
  25. Braak – Ik ben oké (1980)
  26. Danny Boy – Repperdeklep (1980)
  27. Armand & The Kik – Snelle jongens (1981 – 2015)
  28. Ton Lebbink – Voetbalknieën (1981)
  29. Het Goede Doel – In ’t leven (1982)
  30. Toontje Lager – Lente in Twente (1982)
  31. Doe Maar – De bom (1982)
  32. Janse Bagge Bend – Sollicitere! (1982)
  33. Klein Orkest – Over 100 jaar (1983)
  34. De Div – Als lemmingen (1984)
  35. Van Kooten & De Bie – Ouwe lullen moeten weg (1984 – 1989)
  36. Arbeid Adelt! – Stroom (1985)
  37. André Hazes – Ik meen ‘t (1985)
  38. Trafassi – Wasmasjien (1985)
  39. Frank Boeijen – Kronenburg Park (1985)
  40. Rowwen Hèze – De Peel in brand (1987 – 1991 – 2008)
  41. VOF De Kunst – Eén kopje koffie (1987)
  42. Clouseau – Anne (1989)
  43. De Kreuners – Ik wil je (1990)
  44. Hugo Matthysen – Blankenberge (1990)
  45. Tröckener Kecks – Met hart en ziel (1990)
  46. The Scene – Blauw (1991)
  47. Kinderen voor Kinderen – Wakker met een wijsje (1991)
  48. Gorki – Mia (1992)
  49. Osdorp Posse – Moordenaar (1992)
  50. De Jazzpolitie – Ze zijn terug (1993)
  51. Paul de Leeuw & Ruth Jacott – Blijf bij mij (1993)
  52. Normaal – Doe effen normaal (1994)
  53. Van Dik Hout – Stil in mij (1994)
  54. Extince – Spraakwater (1995)
  55. Raymond van het Groenewoud – Twee meisjes (1995)
  56. Guus Meeuwis & Vagant – Het is een nacht (Levensecht) (1995)
  57. Hakkûhbar – Gabbertje (1996)
  58. Acda & De Munnik – Het regent zonnestralen (1998)
  59. Laïs – ’t Smidje (1998)
  60. De Raggende Manne – Kramp van je kanis (1998)
  61. Volumia! – Afscheid (1998)
  62. K3 – Heyah mama (1998)
  63. Gordon & Re-Play – Never nooit meer (1999)
  64. De Kast – Wa’t ik bin (2000)
  65. Belgian Asociality – Morrege (2002)
  66. Spinvis – Astronaut (2002)
  67. De Heideroosjes – Damclub hooligan (2003)
  68. Bløf – Omarm (2003)
  69. Flip Kowlier – In de fik (2004)
  70. Neet oet Lottum – Hald mich ens vas (2004)
  71. Ali B ft. Yes-R en Brace – Leipe mocro flavour (2005)
  72. Jan Smit – Laura (2005)
  73. Marco Borsato – Rood (2006)
  74. Lange Frans & Baas B – Ik wacht al zo lang (2006)
  75. Daniël Lohues – De ganzenkoning (2006)
  76. Opgezwolle – Hoedenplank (2006)
  77. Fixkes – Kvraagetaan (2007)
  78. Heidevolk – Wodan heerst (2007)
  79. Hannelore Bedert – Vocabulaire (2008)
  80. De Dijk – Mijn van straat geredde roos (2008)
  81. De Jeugd van Tegenwoordig – Hollereer (2008)
  82. De Kift – Knoeck (2008)
  83. Nynke Laverman – Halleluja (2008)
  84. Roosbeef – Onder invloed (2008)
  85. Die Twa – Asto mar by my bist (2009)
  86. De Fanfaar – Armand Pien (2009)
  87. Pater Moeskroen – Joost (2011)
  88. Broeder Dieleman – Duuzend veugels (2012)
  89. The Kik – Simone (2012)
  90. Mr. Polska – Hausa wausa (2012)
  91. Maaike Ouboter – Dat ik je mis (2013)
  92. Eefje de Visser – In het echt (2013)
  93. Slongs Dievanongs – Lacht nor mij (2013)
  94. Belle Perez – Ich haaw van och (2014 [Noordkaap – Ik hou van u, 1995])
  95. Typhoon – Liefste (2014)
  96. Het zesde metaal – Dag zonder schoenen (2014)
  97. Fresku – Gooi jezelf weg (2015)
  98. Tourist LeMC – Koning Liefde (2015)
  99. Swinder – Smokken binnen vergees (2015)
  100. Kenny B – Parijs (2015)

Dit is de lijst. Maar die is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Steeds weer schoten me nieuwe acts te binnen die ik eigenlijk niet had mogen weglaten. Dan moest er een minder belangrijk liedje sneuvelen, dikwijls een oude liefde. Pijnlijk allemaal. Hieronder zie je een paar wijzigingen die ik sinds 2015 heb gedaan. In 2017 ben ik op een gegeven moment gestopt met alle wijzigingen bij te houden.

Versies

  • 12 april 2015: eerste lijst aangelegd met 88 nummers.
  • idem: toegevoegd “Madiwodo”, “Donker om je heen”, “Hald mich ens vas”, “Ik wacht al zo lang”, “Armand Pien”, “Joost” en “Sukkel voor de liefde”
  • 13 april 2015: toegevoegd “Het ritme van de regen”, “De zotte morgen”, “Snelle jongens”, “Blijf bij mij”, “Het regent zonnestralen” en “Mijn leven”, geschrapt “Wees niet bang voor mijn lul” en “Ik vind je leuk”.
  • idem: ingevoegd “Waar gaan wij naartoe na onze dood?” (voorheen een lege plaats waarvan alleen de band vaststond).
  • 14 april 2015: Toegevoegd “Verdronken vlinder”, “Stroom” en “Het is een nacht (levensecht)”, geschrapt “Vrienden van vroeger”, “Picknick” en “Onderweg”.
  • idem: Toegevoegd “Moordenaar”, geschrapt “Hartendief”.
  • 19 april 2015: Toegevoegd “De wilde boerndochtere” en “’t Smidje”, geschrapt “Kom uit de bedstee, mijn liefste” en “Keer op keer (Loop naar de maan)”.
  • 7 januari 2017: Toegevoegd “Rockin’ Billy”, “Ouwe lullen moeten weg” en “Lacht nor mij”, geschrapt “‘k Wist niet dat je kwaad werd”, “Mijn leven” en “Heleen”.
  • 8 januari 2017: Toegevoegd “Kaapren varen”, geschrapt “Deurhroeistjin”.
  • 16 januari 2017: Toegevoegd “Alles is vrij” en “Never nooit meer”, geschrapt “Ik bel je zomaar even op” en “Ik mis jou”.
  • 22 januari 2017: Toegevoegd “Testament”, geschrapt “Verdronken vlinder”.
  • 12 februari 2017: Toegevoegd “Dinge-dong”, “Dokter Bernhard” en “Ik meen ‘t”, verwijderd “Omdat”, “Louise” en “Donker om je heen”.
  • 29 mei 2017: Toegevoegd “Gabbertje”, “Liefste” en “Gooi jezelf weg”, verwijderd “I wanne be a one day flay”, “Nederwiet” (versie met Kempi) en “Probleem” (Fit).

Niet in de lijst
De onderhonden: net buiten de boot, vaak met pijn in het hart.

  • Boudewijn de Groot – Vrienden van vroeger (1966): Er zijn zoveel Nederlandstalige acts dat zelfs Boudewijn de Groot met twee nummers te veel ruimte innam. Dit nummer en het volgende heb ik toen vervangen door één nummer: “Verdronken vlinder”. Zijn allermooiste wat mij betreft. Toch heb ik uiteindelijk gekozen voor “Testament”. Ook een prachtig nummer, dat bij nader inzien iets beter in mijn plan paste.
  • Boudewijn de Groot – Picknick (1967): Zie boven. Ja mensen, mij doet het ook pijn…
  • Egbert Douwe – Kom uit de bedstee, mijn liefste (1968). Ook geen gemakkelijke beslissing, maar ik was “De wilde boerndochtere” vergeten. Daar moest een ander nummer voor sneuvelen, en dat werd dan maar deze melige parodie.
  • Teach-in – Dingedong (1975): Natuurlijk een evergreen, maar in de jaren ’70 wordt de spoeling al dunner. Liever Rob de Nijs en Neerlands Hoop, die zich structureel met het Nederlands bezighielden.
  • Doe Maar – Wees niet bang voor mijn lul (1979): De band staat er nog steeds twee keer in (waarvan één keer met Kempi); de underground-buurthuizenmuziek van eind jaren ’70 is met Bots, Drukwerk en Tedje & de Flikkers al ruim vertegenwoordigd (wel opgenomen geweest).
  • De Raggende Manne – Ik vind je leuk (1992): Met 30 seconden te kort, vervangen door het conventionelere “Kramp van je kanis”.
  • De Dikke Lul Band – Vibratorverslaafd (1994): Een soort van persoonlijke favoriet, maar er zijn grenzen. Stel je voor dat ik artiesten moet gaan uitleggen dat zijn er niet in staan en deze band wel!
  • Anthonie ‘Hero’ Kamerling – Toen ik je zag (1996): Mooi liedje, ondanks de potsierlijke tekst, maar echte bands en zangers hebben voorrang boven eendagsvliegen. Bovendien is Guus Meeuwis, die het nummer schreef, al opgenomen.
  • Wow! – Keer op keer (Loop naar de maan) (1997): Dit bijna vergeten bubblegumnummer had ik graag behouden voor de vrolijke noot – van alleen maar megahits of alleen maar verantwoorde liedjes word ik niet blij. Maar met de immer toenemende concurrentie werd het onhoudbaar. Het vergelijkbare K3 gaat voor.
  • Sven & Dave – In bad (omstreeks 1998): Een van de vele puberale wanproducten van dit BNN-duo, ten koste van Bert en Ernie alsook Kool & The Gang: “Er is een feestje hier bij ons in bad”/ “Een heel leuk feestje, want wij zijn lekker nat.” Eigenlijk mag die niet in de vergetelheid raken, maar dat moet dan maar op een andere manier. Bovendien: DJ Sven (“Ga die maar schoonmaken!”) staat al in de lijst, samen met Peter Koelewijn en Miker G.
  • Twarres – Wêr bisto (1999): Echt prachtig, maar De Kast, dat langer bestond en zich structureel met Nederlands én Fries bezighield, gaat voor.
  • Abel – Onderweg (2000): Meer Nederlandstalige bands, de spoeling wordt dunner. Uit de lijst verwijderd ten gunste van Guus Meeuwis; niet per se beter maar veel productiever en daarmee relevanter.
  • Kutschurft – Met je kanus in mijn anus (2002): Niet iedereens humor. Zie ook de opmerking bij de DLB…
  • Brainpower – Dansplaat (2002): Vanaf deze tijd komen er veel rappers op. Als we die allemaal opnemen, bestaat een kwart van de lijst uit hiphop. Brainpower is aardig, maar Extince gaat voor.
  • Raymzter – Down met jou (2003): De betere en succesvollere Ali B gaat voor.
  • Veldhuis & Kemper – Bijzonder (2003): Acda & De Munnik gaan voor.
  • Brace – Hartendief (2005): Spijt me, maar ik was “Moordenaar” van Osdorp Posse vergeten. Die mócht niet ontbreken. Brace mag dat desnoods wel.
  • Boerenrock: Ook zo’n persoonlijke favoriet. Het hele genre moet het dan maar met “Doe effen normaal” van Normaal doen. Maar wie geïnteresseerd is, kan ik van harte ook Bökkers, Surrender, Bertus Staigerpaip, Jovink & de Voederbietels en Mooi Wark aanbevelen.
  • Zomaer en B-Brave (Nederlandstalige boybands). Ik heb niets tegen het fenomeen boyband. Ook dit muziekverschijnsel heeft zijn Nederlandstalige vertegenwoordigers; die moeten er eigenlijk in. Anderzijds zijn ze geen van beide (ik ken er maar twee) belangrijk genoeg om er een andere band voor uit te gooien.
  • Ries de Vuyst. Een obscure Zeeuws-Vlaamse bard, iets minder obscuur sinds Broeder Dieleman met hem optrad. Steengoed en een grotere bekendheid waard, maar we hebben uit die regio Broeder Dieleman al. Daarom sneuvelde hij toen ik me bedacht dat ik iemand anders vergeten was. Geen enkele lijstverwijdering deed zoveel pijn…
  • Arnhemsgewijs. Had op zich als eerste Nederlandstalige r&b-band (?) een plaatsje verdiend, maar moest wijken voor Re-Play.

Nieuw
Nieuwe acts ontdekt na het opstellen van de lijst. Die moeten er voorlopig maar buiten blijven, anders moet ik nog meer de kam halen door de huidige 100.

  • De Duiven – De waarheid is toch niks voor jou en mij (2014 – 2015): Nu (14 april) alleen op Soundcloud, album komt op 24 april uit.
  • Wederganger – Wera-Wulfa (2015) Nederlandstalige deathmetal. Nederlandstalige metal in het algemeen is nog een nichegenre. Heidevolk moet de kar maar alleen trekken. Misschien is Wederganger zelfs wel beter dan Heidevolk – ik dat geval laat ik ze nog wel eens stuivertje wisselen.

K3 laat zich aflossen – wat ik daarvan vind

Geef het maar toe. Al roep je nog zo hard dat je bezig bent met dat fantastische nieuwe album van Courtney Barnett, de teasers voor de aankomende Mumford & Sons dan wel Muse analyseert, of op Spotify zoekt naar obscure Faeröerse avant-gardebands, sinds gisteren ben je voornamelijk met één ding bezig: K3 stopt ermee, en hoewel dat na een jaar of 17 best een keertje mag, komt dat hard aan. Niet hard in de zin van “ik moet huilen”, het is meer dat er een tijdperk eindigt. Dat hoort natuurlijk niet, bij een kindergroepje dat zulke onbeduidende bubblegumliedjes maakt. Hoe heeft het zover kunnen komen?

K3 bediende een publiek dat voor een groot deel samenviel met de doelgroep van Tik Tak en de Teletubbies, al kwamen er ook beduidend oudere kinderen op af (om maar te zwijgen van de volwassen mannen). Wat het meidengroepje anders maakt dan andere massacultuur voor kinderen, is dat ze niet als zodanig bedoeld zijn. K3 werd in 1998 door Niels William (Samson en Gert kwamen pas later om de hoek kijken) bij elkaar gebracht als Vlaamse kloon van de Spice Girls. Die groep was de twee jaar daarvoor een uit de hand gelopen succes onder tieners en kon zelfs – eventjes – een beetje goedkeuring bij de critici losmaken. De keuze voor de Nederlandse taal lag voor de hand: zowel in Nederland als in Vlaanderen was, in het kielzog van Clouseau, een bloeiende Nederlandstalige scene ontstaan. Ook tienerpop in de moerstaal (Isabelle A) deed het bij onze zuiderburen goed. In Nederland werd het voorbeeld van de Spice Girls trouwens ook nagevolgd: herinner je je Wow! nog (“Keer op keer/ Kom ik een jongen tegen…”)?

Dat mislukte. De single “Wat ik wil” deed niet veel. Het liedje “Heyah Mama” werd commercieel wel succesvol, maar flopte toch: het had de Belgische inzending voor het songfestival moeten worden, maar Marcel Vanthilt (van Arbeid Adelt!, maar toen al vooral van de tv) boorde het groepje de grond in. Niet alleen de muziek moest eraan geloven, de meisjes kregen ook de seksistische aanduiding ‘fijne vleeswaren’ mee. Om een lang verhaal kort te maken: debuutalbum Parels sloeg enorm aan, maar alleen bij kinderen en niet bij tieners.

Dat alles maakte K3 tot een atypisch kinderbandje. Echte kleutermuziek is buitengewoon simpel een kort, de Vlaamse meisjes zongen gewone popliedjes van drie minuten met coupletten, refrein en bridge. De teksten waren ook niet helemaal kindvriendelijk: “Hittegolf in mijn hart/ laat mij vanavond naar je kamer komen/ duizend hete dromen.” (Het doet bijna denken aan Doe Maar, een serieuze band maar een met een erg jeugdig publiek, dat tegen wil en dank vijfjarigen “Je loopt je lul achterna” deed zingen.) Weliswaar bubblegompop, maar toch: pop. Dat maakt het voor (jong)volwassen luisteraars een stuk beter aan te horen dan de muziekjes die men overdag op Zapp draait. De erotische teksten verdwenen, maar verder werd de formule weinig meer veranderd.

Hoe verliep mijn eerste kennismaking met K3? Bij ons thuis hadden we één iemand die ten tijde van de doorbraak in Nederland (2000/2001) tot de doelgroep behoorde. Mijn zusje was een jaar of acht toen Parels 2000 (de uitgebreide versie van het debuut) in huis kwam. Mijn broertje en ik hadden het niet echt begrepen op deze kleinemeisjeszooi. Om de muziek niet meer te horen, verstopten we zelfs de cd binnen in de computerkast. Dat bleek een gouden vondst: tegen de tijd dat we het geval weer teruggaven, was de zusterlijke interesse in de meidengroep overgewaaid.

Toen kwam mijn studie. Ineens was ik het huis uit en de behoefte om me tegen mijn zusje af te zetten verdween als sneeuw voor de zon. Mijn medestudenten, die waarschijnlijk helemaal geen broertjes en zusjes onder de 12 hadden, bleken er zelfs fan van. Ironisch natuurlijk, maar toch… “Op vakantie hebben we drie dagen lang alleen K3 gedraaid, ik heb me nog nooit zo gelukkig gevoeld!” Anderen schroomden niet om de liedjes in de pauze tijdens college zelf te laten horen. Studenten muziekwetenschap! Vond ik het gek? Natuurlijk. Maar een paar maanden later was ik zelf bekeerd!

Hoe dat kan? Misschien komt het juist doordat we tot onze knieën in de muziekstudie zaten. De meesten van ons luisterden voornamelijk klassieke muziek. Popmuziek, ook intelligente popmuziek, is over het algemeen nu eenmaal simpeler, minder ambitieus en minder ingenieus dan de klassieke meesters. Als je uit de klassieke hoek komt en je houdt toch van popmuziek, dan heb je je snobisme al voor een groot deel opzij gezet. Van Björk en Sufjan Stevens naar K3 is het dan niet zo’n grote stap meer. Iedereen begrijpt heus wel dat het jouw hele muzieksmaak niet is, dus waarom niet?

Ik ken verhalen van studenten die naar hun concerten gingen, al dan niet geschminkt als goths om vooraan tussen de gechoqueerde kinderen te headbangen. Zo bont het ik het nooit gemaakt. Wel heb ik één cd (uiteraard afgeprijsd) en één poster (superafgesprijsd) van ze gekocht.

Het eigenaardigste aan dit hele verhaal moet nog komen. Onze docent twintigste-eeuwse muziek, dr. Paul van Emmerik, kwam in een college ook met K3 aanzetten. Deze stoffige en onhippe man, de laatste die je met camp in verband zou brengen, bouwde zijn colleges normaal op rondom de moeilijkste avant-gardemuziek en lastige filosofische vraagstukken. Voor één vraagstuk had hij echter wat anders nodig: zouden aliens, zonder kennis van zaken, een wezenlijk verschil horen tussen Wolfgang Rihm en “Blub ik ben een vis”?

Wat ik er dan van vind? De liedjes zijn goed gecomponeerd, maar vaak openlijk gejat (althans: openlijke rip-offs). Als Spice Girlskloon schoten ze tekort, maar voor de doelgroep waarbij ze uiteindelijk terechtkwamen waren ze prima. (Goed in hun soort, al zegt dat nooit alles: de Kalasjnikov is ook goed in zijn soort.) Maar belangrijker: het is wel degelijk een groep met karakter. Hoe commercieel en gemaakt ook: er was ten langen leste een typische K3-sound, de meisjes vonden het overduidelijk zelf leuk, hadden een geweldige klik (ook later met Josje) een bleven ook na hun dertigste giechelkonten. En dom waren ze niet, zoals wel meerdere keren uit publieke optredens in quizzen er dergelijke is gebleken. Maar het allerbelangrijkste: ook kleine kinderen van nu luisteren nog dolgraag K3. Terwijl de fans van het eerste uur inmiddels achter in de twintig moeten zijn, staan de zesjarigen nog steeds vooraan bij hun concerten. K3 is toch echt wel een relevant deel van onze cultuur geworden, zeker als je bedenkt dat de modale bubblegumact maar achttien maanden lang succesvol blijft.

Tot slot: de dames houden ermee op, maar de band niet: ze zoeken drie opvolgsters. Dat is nou het enige jammere. Het had Gert gesierd als hij de formule niet eeuwig wilde uitmelken. De onderneming zal nu wel een zachte dood sterven.

PS: Ik heb tijdens het typen van dit stukje naar de Heideroosjes geluisterd.

Roosbeef – Kalf

Een beetje mosterd na de maaltijd, deze recensie. Het nieuwe album van Roosbeef is al een paar weken verschenen en uitentreuren besproken in gezaghebbender media dan mijn blog. Het heeft zo lang geduurd omdat ik op de vinylversie zat te wachten. Die was voor vandaag (13 maart) aangekondigd, maar bleek hedenmorgen een dikke maand uitgesteld. Nu heb ik de cd maar gescoord.

Roosbeef was, zoals mijn lezers vast nog wel weten, die Nederlandstalige band rond Roos Rebergen die meisjesachtige, onrijpe maar superintelligente alternatieve pop maakte. Mensen die jaren geleden kennis maakten met Roosbeef zullen de band zeker terug kennen. Het onrijpe is er langzaam af gegaan, maar het speelse (en toch een beetje kinderlijke) is gebleven. De zangeres zegt het zelf mooi:

Mijn dromen zijn over de 18
Mijn haar niet in een staart
Mijn dromen zijn over de 18
Ik wil nog steeds een paard

Wat is er veranderd? Haar voordracht, die in het begin nog iets brutaals had, is schuchterder geworden dan ooit. Zachtjes, haast mompelend komen de woorden over de verloren liefde, de niet-verloren liefde met wie je het toch best gezellig hebt, de gewone dingen des levens, de verwondering over de wereld haar mond uit.

Net zoals altijd weer weet de zangeres de teksten van a tot z spannend te houden. Roos heeft een zeldzaam talent voor timing van onverwachte wendingen. “Liefste, lik onze wonden schoon voor ze komen”; “Jij was al een man, maar ik nog niet”; “Laat mij niet ongedeerd” – het zijn zomaar drie grepen uit het tekstboekje. Een handjevol liedjes over de liefde voor jongens, en eentje voor een paard – maar ze komt nog niet in de buurt van welk cliché dan ook.

Over de teksten gesproken: Er zit een Duitstalig liedje tussen. “Und man liebt so viel” is niet van Roos. Ze lijkt met de Duitse uitspraak echter geen moeite te hebben. Iets wat van haar Nederlandse dictie minder gemakkelijk gezegd kan worden. Rebergen heeft (zoals altijd al) een uitgesproken Poldernederlands accent. Dit ondanks haar duidelijke liefde voor Vlaanderen, die blijkt uit het liedje “De Schelde”. Haar taalgebruik is gek genoeg ook vervlaamst. Kalf, de albumtitel, is een Zuid-Nederlandse uitdrukking voor ‘onvolwassen meisje’, en op de site van de band gaat het van “de hoofdvogel afschieten” en “putje winter”. Maar goed, haar accent is echt het enige wat mij aan Roosbeef stoort, dat zegt genoeg.

Muzikaal valt de plaat relatief conventioneel uit. De EP Warüm uit 2012 klonk behoorlijk apart, avant-gardistisch bijna. Deze plaat klinkt ook alternatief en zeker niet commercieel, maar ligt een stuk gemakkelijker in het gehoor. Er zitten gitaar- en pianoballads bij, en vooral “Raak mij aan”, met zijn strijkkwintet en zijn romantische climax baart opzien. De zachte krachten worden afgewisseld door rocknummers, al zou ik het geen ‘rockgeweld’ willen noemen. En natuurlijk is het met de muziek als met de teksten: lang voordat het cliché toeslaat, is ze allang de andere kant op gedraaid.

Het eindoordeel mag duidelijk zijn: dit is een prachtplaat voor wie al van Roosbeef hield. De liefhebbers van harde muziek zal de plaat niet bereiken, maar dat hoeft ook niet, als Roos en haar band maar zo subtiel, intelligent en spitsvondig blijven. En laten we dat afspreken: blijf ook een beetje kinderlijk, anders is de lol eraf.

PS: Roos, als je dit leest, zullen we een keer samen een buitenrit maken? Als jij je paard hebt gekocht?

The Kik – 2

Bij het debuutalbum van de Rotterdamse band heb ik een kapitale vergissing gemaakt: ik kocht niet de elpee, maar de cd. En dat terwijl je voor maar vier euro meer de plaat met de cd er gratis bij had! Akkoord, ik had toen nog geen platenspeler, maar juist voor zo’n retroband is de vinylrevival toch bedoeld?

Sinds ik die vergissing beging, is er een hoop veranderd. Ik heb een pick-up en The Kik is van hipstersensatie uitgegroeid tot muzikale knuffelbeer en intussen alweer voormalige huisband van De Wereld Draait Door. Bovendien is de groep alweer aan een nieuw album toe. De verkoopstrategie is evenwel dezelfde: opnieuw kun je de elpee kopen met de cd incluis. Mooi dat ik deze keer de juiste beslissing heb gemaakt.

De naam van de plaat is niet echt creatief te noemen; misschien werden de bandleden het onderling niet eens. De platenhoes geeft een betere indruk: achter de karige buitenhoes blijkt een fraaie binnenhoes met fotocollage te zitten. De betekenis van de bonte verzameling beelden (van een aanmaning tot een oude Coca-Colareclame) mag de luisteraar zelf uitmaken.

De hoes blijkt een goede voorbode voor de plaat. De band is duidelijk zichzelf gebleven, maar heeft zich van binnen op veel punten opnieuw uitgevonden. De beatliedjes met Rotterdamse teksten zijn gebleven, maar de focus lijkt te zijn opgeschoven van midden jaren zestig naar het einde van dat decennium. De enige cover op het album, “Ik doe wat ik wil”, komt bijvoorbeeld uit de hardrockperiode van de Bee Gees, terwijl “Simone”, de grote klapper van debuutalbum Springlevend, teruggaat op een liedje uit 1966.

Hun eigen composities worden eveneens ambitieuzer, soms in de geest van progressieve en/of psychedelische rock. Ik had dat kunnen weten toen ik de heren op Twitter hoorde over bezoekjes aan een klavecimbelzaak en museum Van Speelklok tot Pierement. Wat ze daar moesten? Nou, in “Lot uit de loterij” komt een klavecimbel voor, en in het droogkomische “Spiegel spiegel” horen we een draaiorgel! Nog een opmerkelijk muzikaal uitstapje: het oer-Rotterdamse “Schilderstraat”, over een muzikant uit Crooswijk, lijkt wel een liedje van The Ramblers. Ook de teksten van 2 maken meer indruk op mij dan die van Springlevend. De liefde is minder overheersend als onderwerp, en de liedjes díé erover gaan, klinken minder naïef-puberaal. De onbereikbare liefde is ineens lesbisch en die ene geweldig mooie vrouw kan maar het beste in de zomer komen, als iedereens hoofd naar liefde staat.

Als er iets op het album aan te merken valt, is het het gebrek aan hooks en nummers met hitpotentie. De twee meest aansprekende nummers van Springlevend (“Simone” en “Zevenhuizer zondag”) waren beide covers; evenzo is nu “Ik doe wat ik wil” (ten overvloede: het enige nummer dat ze niet zelf schreven) de grote knaller. Daar hoeven we echter niet mee te zitten als alle andere nummers goed in het gehoor liggen, prikkelen en nimmer op elkaar lijken. In de stortvloed aan retroacts die de afgelopen jaren over ons heen kwam is The Kik een van de weinige bands die de oude stijl niet namaken, maar naar eigen smaak doorontwikkelen. Geen imitatio maar aemulatio. Daaraan herken je een kunstenaar.

Hoe was jouw muziekjaar?

Dag muziekliefhebbers en andere lezers!

Het jaar zit er weer bijna op en allerwegen komen er muzieklijstjes uit: de beste singles van 2012, de beste albums van 2012, de beste liedjes (inclusief albumtracks) van 2012, de beste nieuwkomers/debuutplaten… Triggerfinger gooit hoge ogen, net als Mumford & Sons, Tame Impala, Alt-J en – hoe kan het ook anders – PSY. Natuurlijk kan ik ook zo’n lijstje maken, wel meer dan één, maar laten we eerlijk zijn: wat voegt dat toe als zoveel betaalde recensenten hetzelfde al hebben gedaan? En heel eerlijk gezegd denk ik niet dat ik alle potentieel relevante muziek van dit jaar gehoord heb. Dus wie ben ik…?

Ik gooi het over een andere boeg: ik zal jullie vertellen hoe mijn muziekjaar 2012 was. Om te beginnen, lieve mensen, ben ik afgestudeerd als musicoloog, en wel op de identiteit van Daniël Lohues. Verder heb ik een platenspeler verworven, zodat ik dit jaar voor het eerst vinyl draaide. Ook nam ik een abonnement op OOR, zodat ik met een beetje moeite helemaal hip kan doen over de geweldige popmuziek die jullie allemaal moeten horen. 😉 De klassieke muziek raakte misschien een beetje op de achtergrond, maar ik heb wel ijverig gestudeerd op de Goldbergvariaties.

Ook valt me op, dat ik erg veel nieuwe platen heb gekocht. Nog nooit heb ik in een jaar zoveel muziek gekocht, die datzelfde jaar was uitgekomen. Een overzicht:

7 albums, een EP en een single.

  • Gunder van Daniël Lohues. Zoals ik al zei, mijn afstudeerproject. Bovendien ben ik al jaren fan, dus kon, nee móést ik die plaat blind kopen. Een goede plaat; niet zijn beste.
  • Het regende zon van Ellen ten Damme. Pop- en chansonzettingen van geschreven gedichten. Heel aardig, met een paar mooie radiohits; geen meesterwerk.
  • Springlevend van The Kik. Een mooie retroband (Rotjeknorse Nederbietels), maar nooit oubollig; de titel kon niet passender worden gekozen. Sinds een week ben ik ook de trotse eigenaar van de vinylsingle Kerstliedje voor jou!
  • Babel van Mumford & Sons. Ik hoorde hun hit “I will wait for you” bij Langs de lijn en was compleet gebiologeerd. De plaat valt me niet tegen, al halen de meeste liedjes niet dat superhoge niveau.
  • Versies/Limmen Tapes van Doe Maar. Als je iets van een band als Doe Maar hoort, is je eerste reactie vaak “Hè? Leven die nog?” Nou, reken maar! Ze namen hun klassiekers opnieuw op (ietsepietsie ruiger) en huurden Neêrlands beste rappers in om hun songs te coveren. Wat heb ik met hiphop? Geen r**t. Maar dit is een steengoeie introductie!
  • Warüm van Roosbeef. Umlauten op plaatsen waar ze niet horen, dat was ooit iets voor metalbands, maar deze half-akoestische kunstpoppers doen het ook. Een mooie EP, maar een beetje esoterisch zo langzamerhand: je zult er geen volle zalen mee trekken.
  • The 2nd law van Muse. Ook hun platen koop ik altijd blind en ze zijn nog steeds goed, maar het niveau van Origin of Symmetry zullen ze nooit meer halen. Misschien raken ze, indachtig het concept, langzaam de grens van wat een plaat aan bombast kan hebben.
  • Alles is ijdelheid van Broeder Dieleman. Het tegenovergestelde van de vorige plaat. Jullie kennen mijn mening hierover: koopt hem allen!

Tot zover mijn lofzang over de platen die ik heb aangeschaft. Ik heb nog wel meer muzikale dingen beleefd, maar voorlopig weten jullie genoeg. Nu is het jullie beurt. Heb je dit jaar ook nog platen/cd’s gekocht? Zo ja, welke dan? En wat voor muziek zal jullie het meest bijblijven? Schroom niet en vertel het mij!