K3 laat zich aflossen – wat ik daarvan vind

Geef het maar toe. Al roep je nog zo hard dat je bezig bent met dat fantastische nieuwe album van Courtney Barnett, de teasers voor de aankomende Mumford & Sons dan wel Muse analyseert, of op Spotify zoekt naar obscure Faeröerse avant-gardebands, sinds gisteren ben je voornamelijk met één ding bezig: K3 stopt ermee, en hoewel dat na een jaar of 17 best een keertje mag, komt dat hard aan. Niet hard in de zin van “ik moet huilen”, het is meer dat er een tijdperk eindigt. Dat hoort natuurlijk niet, bij een kindergroepje dat zulke onbeduidende bubblegumliedjes maakt. Hoe heeft het zover kunnen komen?

K3 bediende een publiek dat voor een groot deel samenviel met de doelgroep van Tik Tak en de Teletubbies, al kwamen er ook beduidend oudere kinderen op af (om maar te zwijgen van de volwassen mannen). Wat het meidengroepje anders maakt dan andere massacultuur voor kinderen, is dat ze niet als zodanig bedoeld zijn. K3 werd in 1998 door Niels William (Samson en Gert kwamen pas later om de hoek kijken) bij elkaar gebracht als Vlaamse kloon van de Spice Girls. Die groep was de twee jaar daarvoor een uit de hand gelopen succes onder tieners en kon zelfs – eventjes – een beetje goedkeuring bij de critici losmaken. De keuze voor de Nederlandse taal lag voor de hand: zowel in Nederland als in Vlaanderen was, in het kielzog van Clouseau, een bloeiende Nederlandstalige scene ontstaan. Ook tienerpop in de moerstaal (Isabelle A) deed het bij onze zuiderburen goed. In Nederland werd het voorbeeld van de Spice Girls trouwens ook nagevolgd: herinner je je Wow! nog (“Keer op keer/ Kom ik een jongen tegen…”)?

Dat mislukte. De single “Wat ik wil” deed niet veel. Het liedje “Heyah Mama” werd commercieel wel succesvol, maar flopte toch: het had de Belgische inzending voor het songfestival moeten worden, maar Marcel Vanthilt (van Arbeid Adelt!, maar toen al vooral van de tv) boorde het groepje de grond in. Niet alleen de muziek moest eraan geloven, de meisjes kregen ook de seksistische aanduiding ‘fijne vleeswaren’ mee. Om een lang verhaal kort te maken: debuutalbum Parels sloeg enorm aan, maar alleen bij kinderen en niet bij tieners.

Dat alles maakte K3 tot een atypisch kinderbandje. Echte kleutermuziek is buitengewoon simpel een kort, de Vlaamse meisjes zongen gewone popliedjes van drie minuten met coupletten, refrein en bridge. De teksten waren ook niet helemaal kindvriendelijk: “Hittegolf in mijn hart/ laat mij vanavond naar je kamer komen/ duizend hete dromen.” (Het doet bijna denken aan Doe Maar, een serieuze band maar een met een erg jeugdig publiek, dat tegen wil en dank vijfjarigen “Je loopt je lul achterna” deed zingen.) Weliswaar bubblegompop, maar toch: pop. Dat maakt het voor (jong)volwassen luisteraars een stuk beter aan te horen dan de muziekjes die men overdag op Zapp draait. De erotische teksten verdwenen, maar verder werd de formule weinig meer veranderd.

Hoe verliep mijn eerste kennismaking met K3? Bij ons thuis hadden we één iemand die ten tijde van de doorbraak in Nederland (2000/2001) tot de doelgroep behoorde. Mijn zusje was een jaar of acht toen Parels 2000 (de uitgebreide versie van het debuut) in huis kwam. Mijn broertje en ik hadden het niet echt begrepen op deze kleinemeisjeszooi. Om de muziek niet meer te horen, verstopten we zelfs de cd binnen in de computerkast. Dat bleek een gouden vondst: tegen de tijd dat we het geval weer teruggaven, was de zusterlijke interesse in de meidengroep overgewaaid.

Toen kwam mijn studie. Ineens was ik het huis uit en de behoefte om me tegen mijn zusje af te zetten verdween als sneeuw voor de zon. Mijn medestudenten, die waarschijnlijk helemaal geen broertjes en zusjes onder de 12 hadden, bleken er zelfs fan van. Ironisch natuurlijk, maar toch… “Op vakantie hebben we drie dagen lang alleen K3 gedraaid, ik heb me nog nooit zo gelukkig gevoeld!” Anderen schroomden niet om de liedjes in de pauze tijdens college zelf te laten horen. Studenten muziekwetenschap! Vond ik het gek? Natuurlijk. Maar een paar maanden later was ik zelf bekeerd!

Hoe dat kan? Misschien komt het juist doordat we tot onze knieën in de muziekstudie zaten. De meesten van ons luisterden voornamelijk klassieke muziek. Popmuziek, ook intelligente popmuziek, is over het algemeen nu eenmaal simpeler, minder ambitieus en minder ingenieus dan de klassieke meesters. Als je uit de klassieke hoek komt en je houdt toch van popmuziek, dan heb je je snobisme al voor een groot deel opzij gezet. Van Björk en Sufjan Stevens naar K3 is het dan niet zo’n grote stap meer. Iedereen begrijpt heus wel dat het jouw hele muzieksmaak niet is, dus waarom niet?

Ik ken verhalen van studenten die naar hun concerten gingen, al dan niet geschminkt als goths om vooraan tussen de gechoqueerde kinderen te headbangen. Zo bont het ik het nooit gemaakt. Wel heb ik één cd (uiteraard afgeprijsd) en één poster (superafgesprijsd) van ze gekocht.

Het eigenaardigste aan dit hele verhaal moet nog komen. Onze docent twintigste-eeuwse muziek, dr. Paul van Emmerik, kwam in een college ook met K3 aanzetten. Deze stoffige en onhippe man, de laatste die je met camp in verband zou brengen, bouwde zijn colleges normaal op rondom de moeilijkste avant-gardemuziek en lastige filosofische vraagstukken. Voor één vraagstuk had hij echter wat anders nodig: zouden aliens, zonder kennis van zaken, een wezenlijk verschil horen tussen Wolfgang Rihm en “Blub ik ben een vis”?

Wat ik er dan van vind? De liedjes zijn goed gecomponeerd, maar vaak openlijk gejat (althans: openlijke rip-offs). Als Spice Girlskloon schoten ze tekort, maar voor de doelgroep waarbij ze uiteindelijk terechtkwamen waren ze prima. (Goed in hun soort, al zegt dat nooit alles: de Kalasjnikov is ook goed in zijn soort.) Maar belangrijker: het is wel degelijk een groep met karakter. Hoe commercieel en gemaakt ook: er was ten langen leste een typische K3-sound, de meisjes vonden het overduidelijk zelf leuk, hadden een geweldige klik (ook later met Josje) een bleven ook na hun dertigste giechelkonten. En dom waren ze niet, zoals wel meerdere keren uit publieke optredens in quizzen er dergelijke is gebleken. Maar het allerbelangrijkste: ook kleine kinderen van nu luisteren nog dolgraag K3. Terwijl de fans van het eerste uur inmiddels achter in de twintig moeten zijn, staan de zesjarigen nog steeds vooraan bij hun concerten. K3 is toch echt wel een relevant deel van onze cultuur geworden, zeker als je bedenkt dat de modale bubblegumact maar achttien maanden lang succesvol blijft.

Tot slot: de dames houden ermee op, maar de band niet: ze zoeken drie opvolgsters. Dat is nou het enige jammere. Het had Gert gesierd als hij de formule niet eeuwig wilde uitmelken. De onderneming zal nu wel een zachte dood sterven.

PS: Ik heb tijdens het typen van dit stukje naar de Heideroosjes geluisterd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *