Honderd keer pop in je moerstaal (34)

Dit jaar schrijf ik een geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek in honderd chronologische stukjes, steeds geconcentreerd rondom één nummer. Vandaag deel 34.

Ja, dat is even een harde landing. Ik had nog zeker wel twee weken kunnen doorgaan met kleine en grote hits uit de Nederpoprage, zelfs zonder één band twee keer op te nemen. Maar wat krijgen we vandaag? De hoekige ars electronica van Div…
  Om deze rubriek een beetje heterogeen te houden, wil ik niet te lang bij die rage stilstaan. Diverse kleine bandjes had ik oorspronkelijk wel willen opnemen (Bloem bijvoorbeeld), maar die zijn gesneuveld ten gunste van andere acts. Het getal 100 legt ons beperkingen op, ik heb het al vaker gezegd. We moeten dus verder.
  In 1984 komt de Nederpoprage tot een eind. Normaal wordt dat einde vastgesteld op 14 april, de dag dat Doe Maar stopte. Die band zou de hele rage gedragen hebben; daarna verloren publiek en muziekindustrie hun interesse in het genre. Die stelling heb ik in mijn bachelorscriptie ontkracht, of althans tegengesproken. In feite zag je de grootste hype in de loop van 1983 en begin 1984 al teruglopen. Bovendien heeft de muziekindustrie nog tot diep in 1985 – tevergeefs – geprobeerd via de Tipparade de hype te rekken.

Hoe dan ook: door het wegvallen van Doe Maar, het imploderen van Toontje Lager en het inkrimpen van Het Goede Doel ontstond er ruimte voor Nederlandse bands die niet zo hitgevoelig waren. Nederlandstalige popmuziek trok zich terug in serieuze popwereld. Het werd geen underground, zoals vóór de rage, maar wel alternatief.
  De Div was eind 1979 opgericht door een groep Delftse studenten. Ongetwijfeld waren ze geïnspireerd door de toen ontluikende tegencultuur van Nederlandstalige bandjes. De jaren daarna brachten ze wat plaatmateriaal uit, maar doorbreken zoals hun collega’s van Doe Maar en Het Goede Doel kunnen ze niet. De kolommen in Muziekkrant OOR en de popzalen, daar horen ze thuis.
  Ze missen de lusten, maar ook de lasten van de hype. Hun publiek blijft ze trouw en na Europa is hier uit 1982 komt in 1984 doodleuk de opvolger Open zee uit. Daarop staat bijvoorbeeld “Als lemmingen”:

De muziek van De Div wordt vaak als ‘new wave’ omschreven. Dat is op zich een vreemde kwalificatie voor een band waar gitaar, bas en fysieke drums nog zo op de voorgrond staan. Normaal gesproken is new wave toch muziek met synthesizers en drumcomputers? De overeenkomst zit in het muzikale idioom: de instrumenten komen uit de rock, maar de slagwerker slaat een robotachtige funkbeat aan en de gitaren weigeren pertinent te swingen.
  De tekst is Nederlands, al is hij niet heel goed te verstaan. Vertel De Div dat de Nederlandse taal niet swingt en ze zullen je gelijk geven. De band wil ook helemaal niet swingen, maar hoekige artpop maken. “Dat hoekige, dat zogenaamd lelijke aan het Nederlands, dat moet je juist gebruiken.” Het zijn de woorden van Art Zaaijer, zanger van de band.
  Een beetje zoals het chanson geënt is op de Franse taal, en de rock ’n roll op het Amerikaans, zo maakt De Div zijn muziek rond het Nederlands. En anders komt onze taal, met haar vele medeklinkers, de heren erg goed uit.

     Zij zijn niet van deze aarde.
     Denken anders, werken anders, met de aarde niets vandoen.

Wat de band met dit nummer precies wil zeggen is niet duidelijk. Het nummer komt van een album over de zee, maar de meeste teksten gaan eerder over het leven op zee. Matrozen zijn vast niet degenen die zich allemaal “als lemmingen” in zee storten.
  Wat betreft doelgroep, succes en muziek valt De Div te vergelijken met Braak (zie aflevering 25). Beide bands hadden duidelijke artistieke pretenties en braken door naar de kring van popliefhebbers, maar niet naar het grote publiek. Toch is er een heel belangrijk verschil. Braak is een geëngageerde band, die je naar zijn teksten wil doen luisteren. De Div is een “geluidsband”, waar de tekst vooral het nummer draagt.

De Div overleefde in een tijd van Nederlandstalige laagconjunctuur. Een heel lang leven was ze echter niet beschoren. In 1986 ging de band op Engelstalig repertoire over, waarna ze uit het zicht raakten. In 1990 hieven ze zichzelf op. Art Zaaijer kennen we uit later tijd nog als architect.
  Ook na De Div zijn er nog talloze artiesten en bands geweest die artistiekerige Nederlandstalige muziek voortbrachten. We gaan ze heus nog wel horen. Maar Zaaijer en zijn mannen – die zijn zo goed als vergeten. Erg jammer. Is er misschien een invloedrijke Nederpopmuzikant, een avontuurlijke dj of een populaire mediafiguur die hun muziek uit het archief wil trekken en voor een revival kan zorgen?

Honderd keer pop in je moerstaal (24)

Dit jaar schrijf ik een geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek in honderd chronologische stukjes, steeds geconcentreerd rondom één nummer. Vandaag deel 24.

1979 was echt een magisch jaar voor de Nederpop. Dat leerden we vorige week al aan de hand van de verzamelplaat Uitholling overdwars. Maar er gebeurde nog veel meer. In 1979 kwam Drukwerk boven water, verscheen de eerste single van Toontje Lager en kwam het debuutalbum van Doe Maar uit. Nederlandstalige rock werd meer en meer het gesprek van de dag.
   Toch was er één band waarover men vooral buiten de popwereld niet uitgesproken raakte. De Nijmeegse punkband Tedje en de Flikkers kreeg voor elkaar wat in de jaren zeventig steeds moeilijker was geworden: de gevestigde orde bang maken met een politieke, maar vooral choquerende act. De bandleden liepen in leren pakjes, soms met dildo’s erop gebonden, en zongen over hun belevingswereld. Expliciete liedjes over herenseks, scheldkanonnades op politici en minachtende teksten over het COC. Zij waren geen verwijfde mietjes die acceptatie zochten, zij zouden de wereld wel eens laten zien hoe mannelijk een homo kon zijn! De geuzennaam ‘flikker’ werd bij hen het Nederlandse equivalent van ‘queer’.

Logisch dat zo’n band zich aangetrokken voelde door de punk. Over deze rockstijl zijn hele boeken volgeschreven: waar kwam het vandaan, wat waren de voorbeelden, wanneer kun je van het eerste punkalbum spreken. Wat de lezer moet weten is dat de punk in 1976/77 bovengronds kwam dankzij de Sex Pistols, een band die in werkelijkheid door een manager bestierd werd maar die zich succesvol profileerde als de stem van een opstandige jeugd en vaandeldrager van de doe-het-zelfmentaliteit.
  Punk sloeg in – mensen spraken er schande van – maar het sloeg ook aan: binnen de kortste keren werd het mainstream en was de gevestigde rockelite verbannen naar een 25-pluspubliek. Althans: in het Verenigd Koninkrijk. Hier in Nederland bleef de punk een subcultuur, vooral tot het krakersmilieu beperkt. Volgens een onderzoek dat in 1983 onder tieners werd gehouden, was punk bij hen een van de minst geliefde genres, vergelijkbaar met country en smartlappen.
  Maar besproken werden ze wel. Popbladen schreven over “de mafste punkband van Nederland”. Burgemeesters verboden optredens. Mensen die normaal niet vielen over een seksliedje, noemden de teksten “vulgair”. Kortom: ze wisten hoe de media werken. Maar konden ze ook een beetje leuk muziek maken? Oordeel zelf:

“Subtiel” en “gepolijst” zijn niet de juiste woorden. Zo hoort het ook bij punk. Maar eerlijk is eerlijk: muzikaal scheert het geen hoge toppen. Het is geen popklassieker onder een dun laagje herrie (zoals “God save the Queen”), het is ook geen loeiharde confrontatie met de ruige werkelijkheid (zoals “London Calling”). Eigenlijk gaat het er bij het andere oor weer uit.
  Maar één ding moeten we ze nageven: ze hebben het keyboard er al bij en dat gebruiken ze goed. Feitelijk spelen ze al new wave, de stijl die in alle opzichten na de punk komt. In 1979 was dat het nieuwste van het nieuwste. Joy Division bracht zijn eerste album bijvoorbeeld toen pas uit. Dus als je als Nederlandse band dan al new wave maakt – pluimpje.
  Misschien komt dat door het gebrek aan taboes in de Nederlandse punkscene. Toen de Sex Pistols doorbraken, waren elektronische instrumenten absoluut niet welkom. Synthesizers waren voor de progrock, en dat was nu net een van de meest gehate stijlen. Pas toen de progrock met zijn pootjes omhoog lag, werden toetsinstrumenten langzaamaan weer acceptabel.
  Nederlandse bands voelden die muzikale polarisatie niet zo. Keyboards werden steeds populairder en steeds goedkoper, dus waarom zouden we er niet een gebruiken? We hoorden er afgelopen maandag al een bij Drukwerk, en nu dus bij Tedje en de Flikkers. En in de bridge krijgen ze er nog een heel aardig geluid uit.

Tot slot nog over de tekst. Ja, die is zo punk als hij maar zijn kan. Geen rijm, geen metrum, geen beeldspraak, gewoon letterlijk, met een lijzig Nijmeegs accent, zeggen wat je op je hart hebt. Vooral een hoop woede en frustratie, zo te horen:

     Vrouwen en flikkers moeten hun bek houden
     Gezinnetjes die blijven natuurlijk heilig
     De juten en het leger die worden alsmaar sterker
     Want je bent een stomme rechtse lul!

     Flikker Van Agt het raam uit! (4×)