Albums van over de hele wereld

Popmuziek is een wereldwijd succesverhaal. Sinds de late jaren vijftig heeft het over de hele wereld succes gekend – en navolging gekregen. Toch wordt de geschiedenis van de popmuziek nog al te vaak in de Engelstalige wereld geschreven. Hoog tijd om daar wat aan te doen, en de wereld met zijn eigen muziek kennis te laten maken!

Toen ik in 2002 Muziekwetenschap ging studeren, kregen we voor elke tijdsperiode een leerboek ter introductie. Voor middeleeuwen, renaissance, romantiek en modern klassiek kregen we de boeken van respectievelijk Hoppin, Atlas, Plantinga en Morgan van de Amerikaanse Norton-uitgeverij, die ook Grouts aloude geschiedenis van de hele klassieke westerse muziek uitgaf. Voor jazz kregen we A history of jazz van Ted Gioia. Voor popmuziek kregen we Rockin’ out van (wie noemt zijn kind nou) Reebee Garofalo.

De terugkerende kritiek op de Norton-boeken was even terecht als voorspelbaar: ouderwets, wel erg veel aandacht voor de Grote Jongens. Canonieke, mannelijke componisten uit steeds weer dezelfde grote landen: Frankrijk en Vlaanderen voor de renaissance, Duitsland/Oostenrijk en Italië voor de romantiek, Duitsland/Oostenrijk en Amerika voor de twintigste eeuw. Vrouwelijke componisten, kleinere muzieklanden, genres die toevallig op een zijspoor stonden – ze komen er allemaal niet aan te pas. Ook het boek van Gioia leed aan een dergelijke kwaal; de auteur heeft in nieuwe edities van zijn boek bewust meer nadruk gelegd op de bijdragen van vrouwen en van niet-Amerikaanse musici.

Dit verstoorde evenwicht verbleekt echter bij wat het boek van Garofalo de moeite van het beschrijven waard vindt. De gehele geschiedenis van de popmuziek wordt binnen de landsgrenzen van het machtigste, invloedrijkste land ter wereld geschreven. Zelfs de Beatles en de Stones worden pas relevant zodra ze de Amerikaanse hitparade binnenstormen en het Brill Building-tijdperk resoluut beëindigen. Hun wortels in de subculturele stromingen van de Britse arbeiderswijken, hun Werdegang voordat ze buiten eigen land doorbraken, de invloeden die ze allemaal opnamen voordat ze, voor het Amerikaanse publiek schijnbaar kant en klaar, op tv kwamen – het is allemaal niet relevant voor de auteur.

Misschien is mijn oordeel over Garofalo en zijn boek niet helemaal eerlijk. De ondertitel luidt namelijk “Popular music in the USA”; hij pretendeert dus geen moment de wereldgeschiedenis van de pop te schrijven. Maar we kregen het wel als zodanig gepresenteerd. Voor Lutgard Mutsaers, onze docente popmuziek, was dit blijkbaar het beste boek in het rijtje Grout – Hoppin – Atlas. Blijkbaar was er in ieder geval op dat moment geen boek dat de hele wereldgeschiedenis van de pop in hapklare brokken aan een achttienjarige kon opdienen, en kwam Garofalo’s geschiedenis van de Amerikaanse pop nog het dichtstbij.

Waarom er een geschiedenis van de hele popmuziek moet komen
Moet komen? Is die er anno 2026 nog steeds niet? Nou, niet dat ik weet. Mocht ik een boek over het hoofd hebben gezien, dan hou ik me aanbevolen en trek ik deze keutel gauw weer in. Bovendien ren ik dan in volle vaart naar de boekhandel om, in weerwil van gierend geldgebrek en een leesachterstand waar ik nog jaren mee vooruit kan, dit boek onmiddellijk te kopen dan wel te bestellen. Maar wat ik aan geschiedenissen en bloemlezingen zie liggen, spitst zich nog steeds toe op de anglosfeer. “1000 albums die je moet horen voor je sterft”, “1000 songs die je moet horen voor je sterft”, het is een zeldzaamheid als daar iets tussen staat wat niet uit de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk komt. Ierland, Jamaica of Canada is al heel wat. Er wordt wel beter dan voorheen gelet op werk van vrouwen en minderheden – dat is natuurlijk ook cruciaal – maar over landsgrenzen en taalbarrières wordt niet gekeken.

En dat zou wel moeten. Om te beginnen, om met sir Edmund Hilary te spreken, gewoon omdat het er is. Sinds in de jaren vijftig de rock ’n roll over de hele wereld doordrong, zijn mensen popmuziek gaan maken. Dat die muziek niet bekend werd, heeft te maken met een taalbarrière en de werking van de media, maar niet met de kwaliteit van de muziek. Je kunt natuurlijk iets zeggen over “relevantie”, dat muziek van Engelstaligen door zijn invloed op weer andere muziek (en door het steeds weer uitvinden van nieuwe genres die altijd weer wereldwijde navolging krijgen). Maar het blijft een scheve verhouding die je zo met een cirkelredenering in stand houdt: muziek uit de cultureel dominante anglosfeer is relevant omdat ze veel in de media komt, die in handen zijn van de Engelstalige wereld. Een overzichtswerk hoort zulke ingebakken schreefgroei te doorbreken. Een overzichtswerk moet gewoon … overzicht bieden.

Ten tweede hebben andere landen van tijd tot tijd wel degelijk invloed op de wereldwijde gang van zaken. De Britse Invasie van 1963/64 laat dat al mooi zien. Niemand, en zeker niet de Amerikanen, had ooit gedacht dat dit onhippe, ouwelijke land, dat rond 1400 (!) voor het laatst aan de voorhoede van de muziekgeschiedenis had gestaan, een, nee twee muziekmodes kon voortbrengen die hun weerga niet kenden en die alles wat er tot dan toe in Amerika aan rock ’n roll was gemaakt volledig in de schaduw zette. Later bleek een belangrijke nieuwe impuls uit Jamaica te komen: met de reggae en de ska bleek het tot dan toe onbekende eiland tot een ritmische vernieuwing in staat die de funk gevaarlijk naar de kroon stak.

Een muziekgeschiedenis van de hele wereld beschrijft ook wat er in Engeland en Jamaica gebeurde vóórdat daar de hitmuziek gemaakt werd die iedereen kent, en plaatst deze meesterwerken zo in de context die ze verdienen. De context die Garofalo en zijnsgelijken vanzelfsprekend vinden voor de rock ’n roll van Chuck Berry, Little Richard en Elvis Presley. Met dezelfde bagage kun je ook andere wereldwijde modes duiden. Ook de Malinese woestijnblues, de Afrobeat van Fela Kuti en niet te vergeten de K-pop komen zo in hun verband te liggen. Trouwens, over K-pop gesproken: ik weet niet of u het gemist hebt, maar deze niet-Angelsaksische rage is zo groot dat ze een hele generatie definieert. De popgeschiedenis wordt al helemaal niet meer in de anglosfeer gemaakt!

Maar dat is natuurlijk wel jaren zo geweest. En aangezien Engels nog steeds het Esperanto van de wereld is, en Amerika – ondanks zijn verwoede pogingen zichzelf te ondermijnen – nog steeds culturele wereldmacht nummer één is, kan dat over een paar jaar ook zomaar weer zo zijn. In dat verband vertelt een wereldgeschiedenis van de pop nog een ander verhaal: de verspreiding van de Amerikaanse cultuur over de rest van de wereld. De rock ’n roll, en de meeste genres die erna komen, zijn in de VS uitgevonden en van daaruit in de rest van de wereld populair geworden. Soms namen mensen de genres slaafs over (vaak met behoud van de Engelse taal!), soms mengden ze rock-, hiphop- of house-invloed met hun eigen tradities. De Nederbeat en krautrock vertellen dit verhaal, maar ook de chansons van Serge Gainsbourg en de smartlappen van André Hazes waren er zonder de rock ’n roll nooit geweest. Zonder in te zoomen op wat er in de rest van de wereld gebeurde, kun je de culturele betekenis van die Angelsaksische muziek nooit helemaal begrijpen.

Zo kun je politiek dus alle kanten op met een wereldgeschiedenis. Je kunt het “woke” uitleggen – iedereens muziek verdient het om gehoord te worden – maar je kunt er evengoed een anglocentrische draai aan geven – dit is het verhaal van de Amerikaanse cultuur die zich na de oorlog met succes over de hele wereld verspreidde. En zo hoort het ook. Ik geloof persoonlijk niet in een politieke manier van wetenschap bedrijven. Het is gewoon altijd je plicht als wetenschapper om de werkelijkheid zo getrouw en compleet mogelijk weer te geven.

Wat zegt u? Er zijn misschien wel miljoenen platen gemaakt, die kunnen we nooit allemaal horen? Klopt helemaal. Ik pleit dan ook niet voor het luisteren naar Alle Muziek Van Overal En Altijd. Ik zeg wel dat we heel veel mislopen door ons altijd maar te concentreren op muziek uit een heel bepaald deel van de wereld, en dat de wetenschap kan en moet helpen om die scheve verhouding recht te trekken.

Wat zegt u nog meer? U verstaat geen Indonesisch, Arabisch of Portugees, en u verwacht van een buitenlander ook niet dat hij Boudewijn de Groot verstaat? Nee, dat begrijp ik. Maar dat mag niet het enige criterium zijn. Hele generaties hebben Italiaanse opera gehoord – en meegezongen – zonder de teksten te verstaan. Vertalingen kun je altijd wel ergens op het Internet vinden – of automatisch genereren. De canon behoeft bijsturing, als we alleen gaan letten op hoeveel mensen de teksten begrijpen komen we nooit van die Angelsaksische dominantie af.

Wat ga ik er nu aan doen?
Het liefst zou ik vandaag al beginnen aan het schrijven van Een Wereldgeschiedenis Der Popmuziek, maar dat is een heel slecht idee. Ik heb op dit moment een beroerde controle over mijn leven en mijn tijd, zo’n mega-opdracht moet ik mezelf niet stellen. Misschien ooit nog eens, na 2030. Ik zal dan eerst eens flink wat moeten lezen en luisteren, en wat dat betreft is mijn huidige achterstand al groot genoeg.

Wel wil ik alvast een lijst van interessante albums maken. Die lijst kan als behapbaar, luisterbaar alternatief voor zo’n boek dienen. Om op de lijst te komen, moeten albums aan de volgende vereisten voldoen:

* Ze komen niet uit VS/VK/Canada/Australië/Nieuw-Zeeland, en/of ze zijn niet Engelstalig;
* Ze hebben wezenlijk belang binnen hun eigen land, taalgebied of scene, hetzij door grote regionale invloed, hetzij door goede kritieken (al dan niet achteraf);
* Ze vallen binnen de popmuziek, of zijn daar op zijn minst wezenlijk door beïnvloed.

Mijn lijst wordt niet definitief. Het is geen x aantal albums die je per se gehoord moet hebben, daar wil ik nog helemaal niet aan. In het begin zal mijn lijst ook zeker zwaar uit het lood hangen met Nederlandse/West-Europese albums. Dat is inherent aan mijn standplaatsgebondenheid. Mijn poging om de muziekgeschiedenis eerlijker te schrijven is er maar één. Schrijvers uit andere landen en tradities kunnen de artiesten die zij missen in hun eigen schrijfsels noemen, en zo net als ik mee de canon schrijven (hoor mij het eens even hoog in mijn bol hebben). Trouwens: deze lijst zal de komende weken, maanden, jaren ook blijven groeien (en bijwijlen vast ook wel krimpen) naarmate ik meer ontdek en een completer beeld krijg van de popgeschiedenis in diverse landen. Er zijn nu al heel veel albums en artiesten die ik in overweging heb, maar die ik nog niet definitief heb opgeschreven.

Jij kunt je eigen steentje aan dit werk bijdragen. Is er een wereld-popalbum dat jij graag op deze lijst zou zien? Noem het dan in de reacties, met een korte motivatie waarom jij vindt dat het erin hoort. Ik kan niet beloven dat ik het opneem, wel dat ik de muziek zal bestuderen en je suggestie zal overwegen.

* Boudewijn de Groot – Voor de overlevenden (Nederland, 1968)
* Gilberto Gil e.a. – Tropicália ou Panis et Circencis (Brazilië, 1968)
* Can – Tago Mago (West-Duitsland, 1971)
* Fela Kuta – Open & Close (Nigeria, 1971)
* Meic Stevens – Gwymon (Verenigd Koninkrijk, 1972)
* Supersister – Pudding & Gisteren (Nederland, 1972)
* WITCH – Introduction (Zambia, 1972)
* Bob Marley – African Herbsman (Jamaica, 1973)
* Kraftwerk – Autobahn (West-Duitsland, 1974)
* The Peace – Black power (Zambia, 1975)
* Doe Maar – Skunk (Nederland, 1981)
* Charanjit Singh – Synthesizing: Ten Ragas to a Disco Beat (India, 1982)
* Kino – Groeppa Krovi (Sovjet-Unie, 1988)
* Seo Taiji and Boys – Seo Taiji and Boys (Zuid-Korea, 1992)
* Gwenno – Y dydd olaf (Verenigd Koninkrijk, 2015)
* diverse artiesten – Venezuela 70 : Cosmic visions of a Latin American earth (Venezuela, 2016 [compilatie])
* BTS – Love Yourself: Tear (Zuid-Korea, 2018)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.