Honderd keer pop in je moerstaal (13)

Dit jaar schrijf ik een geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek in honderd chronologische stukjes, steeds geconcentreerd rondom één nummer. Vandaag deel 13.

In de jaren zeventig vindt er een verschuiving plaats. Popmuziek, tot dan toe altijd de muziek van tieners en eventueel twintigers, wordt middle-of-the-road. Dat wil zeggen: een muzieksoort waaraan het gros van de bevolking gewend is geraakt, een muzieksoort die geen opzien meer baart in het openbare leven, een muzieksoort die langzaam maar zeker de eerste keus wordt voor gemakkelijk commercieel succes. Natuurlijk, commerciële popmuziek was er allang, maar die was gericht op tieners. Bubblegumpop. Midden jaren zeventig doen dertigers hun werk, het huishouden en de autoritjes met popmuziek op de achtergrond en niemand kijkt ervan op.
  Die trend heeft zijn weerslag in de hoogmis van de middle-of-the-roadmuziek: het Eurovisiesongfestival. Een voorbeeld? In 1970 wint, voor Ierland, Dana met “All kinds of everything“. Een mierzoet liedje zoals we er al zoveel op dat festival hebben gehoord. In 1974 wint, voor Zweden, ABBA met “Waterloo“, een regelrechte glamrocker. En niet met zo’n klein verschil ook…

Wat doen andere landen dan? Die gaan de formule kopiëren. Voor het volgende Songfestival was Dick Bakker met de muziek belast. Een vakman bij de radio die wel raad wist met de smaak des volks. Hij pakte moeiteloos de nieuwe poptrends op en schreef Dinge-dong. Drie acts mochten het uitvoeren, alle drie met een gelijkaardig repertoire: Albert West, Ria “Debbie” Schildmeyer en Teach-In.

Het verdere verhaal is bekend. Teach-In won de voorverkiezing en werd naar Stockholm gestuurd. Met deze versie won Nederland het festival.

Op de eindronde werd het liedje in het Engels gedaan. Zingen in de (of een) landstaal was destijds, net zoals tegenwoordig, niet verplicht op het Songfestival, en men begreep dat een popliedje in het Engels gemakkelijker in het gehoor lag voor een internationaal publiek. Het gebruik van de eigen taal was wel altijd de norm geweest en werd later alsnog verplicht. Zo kwamen we aan een heel stel Nederlandstalige popliedjes in een tijd waarin dat niet zo gebruikelijk was, en zo kon het dus ook dat dit nummer aanvankelijk in het Nederlands verscheen.

Doet de Nederlandse taal dit nummer goed? Mwah, de tekst is best een beetje belachelijk:

     Is het lang geleden, is het lang geleden
     Dat m’n hartje riep met z’n ding-dinge-dong?

Een vraag die volstrekt niet relevant lijkt (“is het echt wel lang geleden”) en later niet beantwoord wordt. Een volwassen vrouw die op het podium over “m’n hartje” zingt en daarmee niet haar kind van 14 maanden bedoelt. Een simpele klanknabootsing die de kern van de regel wordt en later de basis zal blijken voor een compleet rijmschema. Nee, dan toch liever de Engelstalige versie. Hoewel:

     Ding-a-dong, every hour, when you pick a flower
     Even when your lover is gone-gone-gone.

De onomatopee wordt een gebiedende wijs: je moet gaan dingedongen, en wel elk uur, ook als je een bloem plukt. Dit moet je zelfs doen (het dingedongen of het plukken) als je liefje ervandoor is.
  Nee, de Engelstalige versie is geen haar beter. Misschien is ze nog wel erger, met haar stoplappen als “when you pick a flower” (dat had er vast niet gestaan als de vorige regel niet op “hour” eindigde). Maar de Engelstalige versie klinkt wel beter, in elk geval op het eerste gehoor. Dat hoor je vaker van popliedjes: Engels klinkt beter. Is dat ook zo? En zo ja, hoe komt dat dan?
  In de eerste plaats ligt dat aan ons. Het Nederlands zit dichter op onze huid, het komt ongefilterd binnen. Als een tekst rammelt, valt dat meteen op. Engels staat verder van ons af. We beheersen het, maar de meesten van ons moeten toch enige moeite doen om het te verstaan. Bovendien vallen onbeholpen formuleringen je niet meteen op. En zelfs al spreek je het (nagenoeg) perfect, het blijft een vreemde taal. Die voelt toch meer als een code. Een Engelse songtekst komt aan, maar niet binnen.
  Maar Engelstaligen horen wél meteen of een tekst sterk of zwak is. Songfestivalexpert John Kennedy O’Connor (wat is dat toch met Ieren en het Songfestival) noemde de woorden van dit lied inderdaad met zoveel woorden “belachelijk”. Toch accepteren Engelstaligen dit nummer, dat een internationale hit werd, en nog talloze andere onnozele liedjes. Waarom knappen zij niet af op een matige tekst?
  De Engelse taal is niet per se welluidender dan het Nederlands. Beide talen hebben klanken die helemaal niet mooi zijn. Nee, voor echt mooie zang moet je bij het Italiaans zijn. Maar de popmuziek is wel gemaakt rond de Engelse taal. Klassieke rock laat zich in het Engels beter horen omdat deze taal veel lange klinkers heeft, die je met veel expressie kunt schreeuwen.
  Geldt dat ook voor dit soort pop? Dat is nog maar de vraag. Persoonlijk vind ik de tekst van “Dinge-dong”, in al zijn onnozelheid, goed bij de muziek passen. Er is waarschijnlijk iets anders aan de hand. In 1975 zijn we al twintig jaar lang gewend aan pop in het Engels. Rock ’n roll, Brill Building, skiffle, beat, psychedelica, glamrock – het was allemaal Engelstalig en wij zogen het op als een spons. Als je één van die subgenres in het Nederlands gaat proberen, sta je eigenlijk al met 4-0 achter. Dat is een verloren strijd.

Heel vaak hoor je dit liedje niet meer. Dat kan met de tekst te maken hebben, maar het lijkt mij waarschijnlijker om de muziek de schuld te geven. Zeker: het liedje in bekwame handen gesmeed, met een goed lopende melodie, een onberispelijk arrangement (klokken!) en in de bridge twee keer een heel interessante modulatie (op 1:21 en 1:28 in het eerste filmpje). Het heeft ook niet voor niets gewonnen. Maar zo geïnspireerd als “Waterloo” is het niet.

Wat rest is vooral een nostalgische herinnering voor wie 1975 nog heeft meegemaakt, met nu en dan een opleving op radio en televisie. Op die manier kennen mensen onder de veertig het ook nog. O ja, en er is ook een metalversie van. Dat is inderdaad net zo debiel als het klinkt, maar draait het Songfestival niet al jaren om camp? Precies. Er is geen betere manier om dit stukje mee af te sluiten.