Naar nieuws op een mooie dag: het einde van de Boudisque

Verse Naxos-cd’s van de Boudisque. Dit beeld gaan we na volgende maand nooit meer zien. :’-(

Vandaag las ik het via Twitter: De Boudisque aan het Utrechtse Vredenburg gaat per 1 juni dicht. Nadat eerder al de iconische winkel in Amsterdam zijn deuren sloot, sterft nu ook de laatste loot aan de stam aan immer afnemende belangstelling voor klassieke muziek en de teruggelopen relevantie van cd’s.

Het bewuste bericht liet natuurlijk niet na om te melden dat de platenzaak in een of andere vorm al 65 jaar bestaat, eerst als Staffhorst, later als Ear & Eye. Nou ja, dat zal allemaal wel. Natuurlijk is het vreselijk jammer als een tijdperk van twee derde eeuw eindigt, net zoals het zonde is wanneer een familiebedrijf na 468 jaar aan een grotere concurrent wordt uitgeleverd.

Maar ik ben geen geboren Utrechter en voor mij begint de echte geschiedenis van de winkel pas in 2002. Hij heette toen nog Ear & Eye, zat in de aftandse steeg die Drieharingstraat heette (hoe toevallig: de Amsterdamse versie zat aan de Haringpakkerssteeg!) en besloeg daar twee derde van de noordkant. Een enorme zaak, die alles en alles had: grote helden van me als Mozart, Wagner en Bruckner, maar ook de soundtrack voor een Redneckfeest, nichterige hitparadepop, kneiterlelijke avantgarde en obscure Corsicaanse polyfonie. (Ik heb het allemaal ooit daar gekocht!)
  De winkel lag op de weg (althans op een route) van Hoog Catharijne naar de Drift, waar ik college liep (da’s ook goeddeels verleden tijd trouwens, muziekwetenschap aan de Drift), en zodoende ontdekte ik hem bij toeval. Minder toevallig was, dat ik er sindsdien vooral uit college bijna steeds langs liep. Mijn hemel, wat heb ik mezelf daar op kosten gejaagd! Maar ook erg aan mijn eruditie gewerkt, in de tijd dat je alleen nog pop illegaal kon downloaden.

Na anderhalf was het gedaan met op en neer reizen (ik had een kamer), maar niet met het platen aanschaffen. Ook niet toen de naam een paar jaar later veranderde in Boudisque. Malaise in de platenbusiness? Dat raakte toch alleen de grote jongens. De echte liefhebbers bleven toch wel cd’s kopen. Tot in 2009 de donderslag bij heldere hemel viel. De zaak dicht en een briefje voor de ruit: door “bijzondere omstandigheden” kon ik de bestelde cd’s voorlopig niet ophalen. Toen de zaak weer openging, bleek wat die omstandigheden waren: de tent was failliet, en doorgestart met een nieuwe investeerder die daar meer filantropische dan zakelijke gronden voor had. Voortaan moest Boudisque verder in een klein rotpand aan het Vredenburg, met alleen klassiek en metal. De verkeerschaos, de eeuwige bouwput (nota bene voor het Muziekpaleis!) en de crisis deden de rest: er kwam steeds minder volk naar binnen. Het uiteindelijke bericht kwam als een doffe dreun, maar misschien geen onvoorziene.

Vraag me niet waarom, maar het bericht dat het tijdperk-Boudisque ten einde loopt was voor mij en vele anderen dé gelegenheid om er weer eens iets te kopen. Ik stond in het hoekje van de esoterische avant-gardemuziek te praten met verkoper (en musicoloog) Emanuel, en koordirigent (en gesjeesde musicoloog) Lodewijk, twee erkende nieuwemuziekzeloten. We hadden het over Stockhausen. Zijn werk was geweldig, en het zou zeker repertoire houden, vonden we alle drie, terwijl we wat lachten om zijn excentrieke leven. Trouwens: alle goede muziek zou wel blijven. Uit de luidsprekers klonken divertimenti van Mozart. Ook al zo zorgeloos en optimistisch. Misschien lag het aan het weer, maar geen van drieën leken we bereid om te treuren op het moment dat dat eigenlijk hoorde.

Musicologen zijn rare mensen, en misschien is ons optimisme wereldvreemd en misplaatst. Maar toch: ik ben overtuigd dat klassieke muziek niet kapot kan. Geen nieuwe techniek of ongunstige trend kan op tegen eeuwigheidswaarde. Het enige wat van belang blijft, is dat zij die erin geloven bezig blijven. Blijven spelen, blijven luisteren en niet te vergeten: blijven componeren, want aan actieve participatie ontbreekt het nog wel eens in deze wereld. Ik zal me vanaf nu dubbel zo hard inzetten, het liefst met jullie!

Humor en onzin in de muziek

Componist: W.A. Mozart. Muziek: geniaal. Tekst: meningen verdeeld.
Ik heb al een eeuwigheid niets meer gepost, en wat kan ik op deze frisse maar mooie 1 april beter toevoegen dan een stukje over de grootste lolbroek in de muziek?

Wolfgang Amadeus Mozart, een van de meest gewaardeerde en populairste componisten, stond als mens vooral bekend om zijn merkwaardige gevoel voor humor. Bekenden, zijn nichtje Maria Anna Thekla voorop, werden overstelpt met grappen, meestal van het poep-en-piesgenre, en mensen die ogenschijnlijk niets verkeerd hadden gedaan, werden het mikpunt van practical jokes. Zijn vaste hoornist Joseph Leutgeb kreeg bijvoorbeeld te lezen dat “Wolfgang Amadé Mozart medelijden [heeft] gehad met Leutgeb, ezel, os en nar” (in het tweede hoornconcert), kreeg een partituur in vier verschillende kleuren inkt (vierde hoornconcert) en kreeg allerlei onzinnige aanwijzingen. Leutgeb moet een van de beste hoornisten op zijn minst uit Wenen zijn geweest, maar Mozart vond hem duidelijk een pias.
  Ene Martin komt er nog minder gunstig vanaf. Over hem maakte Mozart een intelligente canon met een wat minder hoogdravende tekst: “O jij ezelige Martin, o jij Martinige ezel, je bent zo rot als een knol zonder hoofd en benen.” Die arme Martin is blijvend de lul, want nu nog gebruiken veel koren het stuk als inzinger. Al hebben ze wel heel lang de laatste regels gecensureerd: “O beste Liperl, ik vraag je vriendelijk, lik toch gauw mijn reet.” Het lik-mijn-reetthema komt bij Mozart vaker terug: in een gigantisch moeilijke zesstemmige canon is het de enige tekst (de rest van de tekst is door anderen toegevoegd)!
  Soms maakt Mozart geen grap met de partituur of de tekst, maar met de muziek. Als je onvoorbereid luistert naar Ein musikalischer Spaß kom je van een kouwe kermis thuis: het slechtste werk dat Mozart ooit heeft geschreven! De ondertitel “Dorfsmusikanten-Sextett” maakt al wat meer duidelijk: het is een voorbeeld van hoe muziek componeren en spelen niet moet. De stadse Mozart voert zes dorpsmuzikanten op die er een enorm potje van maken. Inspiratie haalde hij bij zijn afgekeurd oefenwerk van zijn leerling Attwood, maar ook bij zijn kanarie, die twee wijsjes door elkaar kon zingen. In het laatste deel komt alle vuiligheid bij elkaar: de instrumenten gaan in meerdere toonsoorten tegelijk spelen en het stuk eindigt met een vreselijke dissonant. Zonder het te weten heeft Mozart hier de moderne muziek uitgevonden!

Ik heb een heel stukje over 1-aprilmuziek kunnen vullen met werk van Mozart. Maar is er natuurlijk veel meer niet-serieuze muziek. Jullie hebben vast wel suggesties. Kom maar op!

PS: Je veters zitten los!

Heino geht Heavy

Oenig bericht van de dag: De Duitse schlagerzanger Heino gaat een plaat met rockcovers uitbrengen! Hij is nu al zo vaak door nieuwerwetsere artiesten bespot, dat hij ze maar eens een spiegel voorhoudt. Als hij in een minder zure bui is, formuleert hij het zo: hij brengt een eerbetoon aan de Duitstalige rock. Hij is in illuster gezelschap: Pat Boone, sinds zestig jaar de held van (zwaar) conservatief Amerika, ging hem voor. Wie rond 2002 The Osmonds keek, kent zijn swingversie van “Crazy Train” nog wel.

Heino is inderdaad al een eeuwigheid mikpunt van spot. Toen ik in 1998 met mijn ouders naar schlager op de Duitse tv zat te kijken (sinds jaren een geliefde campactiviteit in Nederland) en Heino kwam in beeld, was mijn vaders eerste reactie: “Ik dacht dat die al vijftig jaar dood was.” Ook geletterde liefhebbers van het genre – die zijn er! – slaan hem liever over. Zo gunde Vic van de Reijt hem geen plekje bij de “60 mooiste Duitse liedjes“, waar toch niet al te flitsende namen als Roy Black en Peter Maffay wel werden toegelaten. In het tekstboekje komt Heino nog wel voor, in een context waarin het woord ‘dieptepunt’ centraal staat, als “de bebrilde albino, die in 1977 in een schandaal terechtkwam toen zijn Deutschland, Deutschland über alles op een 45-toerenplaat werd uitgebracht.”
 Wel, dat klopt: Heino kwam op toen de schlagercultuur al op zijn retour was en bediende toen al vooral de ouderen. In zijn uitbating van nostalgische gevoelens schroomde hij ook niet om liedjes waar in ’33-’45 een luchtje aan was gaan zitten, uit te brengen. Het Deutschlandlied stamt uit de negentiende eeuw en de eerste twee strofen zijn niet verboden, maar sinds de bevrijding wel taboe en niet meer officieel. Tegenwoordig kijkt hij wel uit om het op tv te zingen, en horen we hem vooral in dit soort drinkliedjes.

Maar goed, nu horen we hem dus anders. Punk- en rockcovers, en, aan de titel te zien, ook hiphop (‘MfG, mit freundlichen Grüßen’ is een song van de groep Die fantastischen Vier, al jaren dé Duitstalige rapgroep, die ik in 2004 (joepie!) in Hessen live heb gezien.). Als we de tracklijst bekijken, zien we inderdaad covers van Die Ärtzte, Rammstein, Oompf!, de Fanta 4 en nog wat andere songs die ik niet ken. Volgens de media hebben Die Ärtzte en/of Rammstein al met rechtszaken gedreigd, maar dat zal wel een publiciteitsstunt zijn. Niet bekend is in wat voor stijl Heino de liederen gaat zingen (wordt alles verschlagerd? Hoe moet ik dan in polonaise lopen op ‘Sonne’?) en of hij kan rappen.

Maar de grootste vraag is toch wel: zal dit album zijn reputatie bij de cultureel correcte muziekluisteraar wezenlijk veranderen? Waarschijnlijk zal de plaat over een paar maanden een zachte dood sterven als gimmick, en af en toe door de een of andere excentrieke dj nog boven tafel worden gehaald.

Mijn minst favoriete kerstliedje

Omdat ik niet altijd wil schrijven over muziek waar ik enthousiast van word, komt er nu een post over iets waar ik een gruwelijke hekel aan heb: kerstliedjes!

Nee, ik heb het niet over Stille Nacht, Nu sijt wellecome, In dulci jubilo of andere traditionele odes aan de Heer en Zijn geboorte. Ik heb het hier wel over kerst-popliedjes. Helemaal de vinger erachter krijgen lukt me niet. Rustige, stiekem een beetje zoetsappige muziek vind ik niet erg. Slecht geschreven zijn de meeste van die liedjes ook niet. Het probleem is dat veel van die liedjes niet een beetje zoetsappig zijn, maar wel heel erg. Bovendien zitten ze, meer dan het gemiddelde popliedje, vol clichés (klokken, sleebelletjes enz.). Ten slotte is Kerstmis, vind ik, toch al een verstikkend feest. Ik ben onkerkelijk opgevoed en zeker bij niet-gelovigen, voor wie de boodschap van hoop en een nieuw begin in de duisternis weinig inhoud heeft, wordt het al gauw een vreetfeest vol sociale verplichtingen. Helemaal erg wordt het wanneer er Amerikaanse na-aperij bij komt kijken: een slap Sinterklaasaftreksel dat bijbeunt als Coca-Colamascotte. Als het om je heen al zo’n slappe hap is, dan wil je niet ook nog zoetige liedjes op de radio horen.

Er zijn zeker uitzonderingen (zo bezit ik een prachtig vinylsingletje van The Kik waar een kerstliedje op staat), maar over het algemeen weten die kerstliedjes me toch redelijk op het nekhaar te werken. Ik zal me hier tot de ergste beperken:

  • Mud – Lonely this Christmas. Mud was een Engelse glamrockband, en zoals wel meer bands van hun soort grepen ze sterk terug op de rock van begin jaren ’60. In dit geval: op de huismoedergerichte ballads van Elvis. Dat de mannen er niet bepaald als Elvis uitzagen, maakt het ronduit lachwekkend. De genadeslag kreeg dit liedje toen ik het midden in de zomer (meer dan eens) in een Slowaaks hotel hoorde, waar ze niet de moeite namen die skiërssoundtrack in de zomer door een bergwandelaarsbandje te vervangen.
  • 2 brothers on the 4th floor – Christmas time. Ik had het zojuist over lachwekkend – nou, dit liedje kan tellen. Alle kerstclichés die er maar bestaan worden erin gepropt. Het begint al met het briljante tinkelende geluidseffect aan het begin, en gaat vrolijk verder met sleebelletjes (het hele nummer door), klokken, een trompet (natuurlijk komt die uit de synthesizer), trommels, een kinderkoor en, hooggeëerd publiek, vuurpijlen aan het eind. En natuurlijk gaat de tekst over de problemen in de wereld die wij, de nieuwe generatie, kunnen oplossen door overal ter wereld (ongeacht huidskleur) dit lied te zingen…
  • Wham! – Last Christmas. De groep staat toch al niet bekend als zeer verantwoord, maar dit liedje is niet eens leuk-fout. Weeïg, slap, clichématig, zonder de minste ritmische of intellectuele prikkel. Uitsluitend bedoeld voor bakvissen die toch al op de toenmalige kastbewoner George Michael verliefd waren. Wat het nog steeds op de radio doet, is mij een raadsel.

Nou, dat was even genoeg gezanik. Hebben jullie ook zo’n kersthit die je niet kan uitstaan? Of vinden jullie die kerstliedjes juist wel leuk en moet ik niet zo zeiken? Laat maar horen!