Honderd keer pop in je moerstaal (96)

Dit jaar schrijf ik een geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek in honderd chronologische stukjes, steeds geconcentreerd rondom één nummer. Vandaag deel 96.

Na Flip Kowlier (aflevering 69) en Hannelore Bedert (79) behandelen we vandaag voor de derde en laatste keer een West-Vlaamse act. En alweer komt deze act uit de buurt van Kortrijk. Het Zesde Metaal, sinds een paar jaar de populairste act van de provincie, heeft zijn wortels in Wevelgem. Maar al hadden we zes West-Vlaamse in deze rubriek gestopt, dan waren ze nog allemaal of bijna allemaal hier vandaag gekomen. Misschien is het omdat aartsvader Willem Vermandere daar ook vandaan komt, of omdat er daar iets raars in het drinkwater zit (ik weet het, die grap heb ik bij Hannelore Bedert ook al gemaakt), maar de rest van de provincie komt er nauwelijks aan te pas. In Brugge en Ieper blijft het opvallend stil, uit Oostende ken ik alleen volkszangeres Lucy Loes.

Wannes Capelle, de grote man in Het Zesde Metaal, richt de band in 2005 op. Hij speelt, binnen en buiten zijn band, met talloze gevestigde musici mee en trekt ook op met Roosbeef (aflevering 84). Net als deze band brengt Het Zesde Metaal in 2008 zijn debuutalbum uit, Akattemets. Die laatste informatie moest ik van Wikipedia halen, want ik ken niets van die plaat en ik heb haar destijds ook gemist.
  De drie albums die volgden waren moeilijker te missen. Ploegsteert uit 2012, over de jonggestorven wielrenner Frank Vandenbroucke, raakte de Vlaming in zijn wielerhart. Vorig jaar kwam Calais uit, een geëngageerde plaat rondom de vluchtelingencrisis. Opnieuw een voltreffer, en ook Nederland werd ondanks de taalbarrière bereikt.
  Vandaag behandelen we een liedje van hun derde album, Nie voe kinders uit 2014. Het liedje heet “Dag zonder schoenen”.

Anders dan zijn voorganger en zijn opvolger is Nie voe kinders intern gericht: het album gaat niet over de wereld maar over de eigen zielenroerselen. Het leven is niet voor kinderen, snap je. Problemen met opgroeien, vriendschappen, relaties, werk… met de maatschappij in feite.
  In dit liedje heeft de ikpersoon even helemaal genoeg van de maatschappij. Niet dat hij gedesillusioneerd is, hij heeft gewoon geen zin. Niet om te werken, niet om naar buiten te gaan, niet om met iemand te praten.

     Dagske zonder telefoon, dagske zonder of te beln.
     Ik ben niet echt ongezond, moar ‘k ee ’t fut nie voe mie ziek te meln.
     Zoe dat teln?

De maatschappij eist van je dat je iets met je dag doet. Niet alleen om iets aan de wereld bij te dragen, maar ook, nog fundamenteler, om je tijd niet zomaar te laten wegtikken. De zanger wil ontsnappen aan allebei:

     Loat mie moar doen, ‘k bluve binn.
     Nen dag zonder skoenn, nen dag zonder zin.
     Loat mie moar doen, loat mie moar zin.

Wat doet hij dan wel? Hij kijkt naar buiten. Zijn buren zijn blijkbaar gepensioneerd, die kunnen joggen en in de tuin werken. Zij hoeven niet meer te werken. Hij moet eigenlijk nog beginnen met werken. Daar proeven we toch een beetje schuldgevoel…

     De gebuur es al an ’t lopen, zien vrouwe doet d’n of.
Ziender moeten nie meer goan werken, ziender zien d’r al vanof.
     Moar ik ier, ‘k ben nog nie begunnen.

En zoals dat op zo’n dag gaat: aan het einde ben je niet in bed te branden. De ikpersoon zal wel zitten lezen, tv kijken of internetten:

     ‘k Ben te leeg voe te goan sloapen, ‘k moet er eindlek ne keer in.
     Vint, wat zit ik ier te zitten, ach wat zie dat toch kunn zien me mie?

Zo traag en escapistisch als de tekst is ook de muziek. Drieënhalve minuut lang ben je even helemaal van de wereld door de prachtige bezwerende muziek. Vooral het refrein pakt me steeds weer bij de kladden. De muziek geeft je precies dat behaaglijke gevoel: laat mij maar even niets doen, en stoor me vooral niet in mijn eigen luchtbel.
  Er is één verschil. Na een dag onnodig thuis zitten zullen de meeste mensen zich schuldig voelen. Zonde van je tijd. Muziek luisteren, en zeker mooie muziek, dat vindt haast niemand zonde van zijn tijd. Muziek is geoorloofd escapisme, een middel om je van de harde of banale werkelijkheid af te sluiten met de verrijking van de geest als excuus. In één woord: kunst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *