Honderd keer pop in je moerstaal (97)

Dit jaar schrijf ik een geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek in honderd chronologische stukjes, steeds geconcentreerd rondom één nummer. Vandaag deel 97.

Vorige week hadden we hier Typhoon. Aan de hand van “Liefste”, een nummer van zijn plaat Lobi da basi, konden we constateren dat hij geen gewone rapper was. Zijn werk verlaat bijna alle gebaande hiphop-paden en heeft meer met Ramses Shaffy dan met Run-DMC te maken.
  Fresku, die andere grote Nederlandse rapper van dit moment, is iets meer een gewone rapper. Hij doet features met vrienden, rapt over het leven op straat en legt er een hoop energie en woede in. Tegelijk is hij ook cabaretier. Bekend werden zijn typetjes Gino Pietermaai en Willy Keurig: respectievelijk een stereotiepe Antilliaan en een stereotiepe Brabander. Fresku had gemengde ouders en voelt zich eigenlijk in geen van beide milieus echt thuis. Ondanks zijn Papiamentse pseudoniem is hij geen echte Antilliaan. Die gespletenheid – Brabander en Antilliaan, maar ook bloedernstige rapper en losse cabaretier – tekent Fresku. Hij heeft het allebei in zich, terwijl Typhoon duidelijk op een punt ergens tussen twee uitersten zit.

In 2015 kwam zijn album Nooit meer terug uit. Je hebt doorbraken en doorbraken. Bekend was hij eigenlijk al, maar met dit album brak hij definitief door naar de mainstream, terwijl de critici hem de hemel in prezen. Nooit meer terug was dus voor Fresku wat Lobi da basi voor Typhoon was. (Roy, als je meeleest: sorry voor die constante vergelijking. Musicologen proberen nu eenmaal muziekgeschiedenis te schrijven, en dat gebeurt voor een deel door parallellen in kaart te brengen.)
  Nooit meer terug: de titel suggereert een verwijzing naar de slavernij. Je ziet Fresku’s voorouders ontscheept worden op Curaçao en begrijpen dat ze niet meer naar Afrika zullen terugkeren. (Het is de naam van de eerste track, die – in elk geval aan de oppervlakte – gaat over het leven van vroeger, waar hij niet meer naar terug wil.) Gezien die mogelijke verwijzing had ik een fel album verwacht, dat vol tekeer zou gaan tegen de door blanken gedomineerde maatschappij en ander onrecht.
  Dat viel mee. De belangrijkste uithaal was “Zo doe je dat”, over 3FM en zijn voorliefde voor roomblanke rockbandjes. Het nummer miste zijn uitwerking niet. Vandaag luisteren we naar een ander nummer van deze plaat: “Gooi jezelf weg.”

Bij deze titel verwacht je door de rapper van dienst verrot gescholden te worden. Hij heeft vast wat op je aan te merken: verkapte racist, slaaf van het systeem, kontlikker…
  Maar nee. Het liedje begint met een voicemail van TopNocth-baas Kees de Koning (tekst ongetwijfeld van Fresku zelf) die hem vertelt: “We zijn er een beetje klaar mee eigenlijk. (…) Wat loop je eigenlijk te zeiken over van alles. Je bent artiest je hebt een hartstikke fijn leven. (…) Zo kritisch als je op anderen bent – misschien moet je een keer net zo kritisch zijn op jezelf.”
  Fresku geeft er onmiddellijk gehoor aan. Het volle orgel begint te spelen. Een symbool van tegelijk dood, horror en calvinistische strengheid. Fresku begint te rappen en scheldt zichzelf vier minuten lang verrot:

     Fuck you Fresku.
     Gooi jezelf weg, samen met elke tekst van je vuile handicap.
     Er gaat geen dag voorbij dat je geen ellende hebt.
     En toch kom je preken en lees je iedereen wel de les.
     Ik wil weleens zien hoe jij jezelf redt.

Zo gaat het nog wel even door. Fresku, je bent een binnenvetter en vraagt te laat hulp, je laat je koeioneren door de muziekindustrie, je bent labiel, je vrouw is veel te lief voor je, en je bent ook helemaal niet zo bijzonder.
  In de eerste twee coupletten spaart hij zichzelf nog een beetje. Hij zegt daarin dat hij zichzelf te veel wegcijfert terwijl hij anderen helpt. En als hij de slaaf van de muziekindustrie is, is die laatste natuurlijk minstens zo schuldig. Maar in het derde couplet laat hij niets meer van zichzelf over:

     En waar het op staat, is: Fresku jij bent waardeloos maat.
     Vamonos ja, doe je best en maak nog een plaat.
     Niemand wacht erop, er is niks wat je waardevol maakt.
     Nooit dat de chaos en de zelfhaat je loslaat.
     (…)
     Ik zit te hopen dat Kees de Koning je dadelijk ontslaat.
     En je laat dokken voor elk nummertje waar je op staat.

De verharding in toon in het laatste couplet valt samen met een strakker rijmschema. De rijmklank -aat, overheerst, de meeste andere rijmklanken bevatten ook een aa, en diverse regels kennen nog assonantie met dezelfde klank. De heldere aa-klank, waarbij je hele mond opengaat, klinkt heel welluidend maar ook heel dwingend. Hij geeft je de volle laag van je stembanden: geen boventoon wordt onderdrukt. Tegelijk moet je blijven luisteren, omdat wij met ons allen die reeks klanken zo welluidend vinden.

De scheldpartijen die Fresku aan zichzelf richt zijn niet reëel. Zeker niet de tirade uit het derde couplet. Paradoxaal genoeg noemt hij als één van zijn ondeugden: “nooit dat de zelfhaat je loslaat.” Met andere woorden: hij haat zichzelf vanwege zijn zelfhaat…
  Artiest is het mooiste beroep van de wereld. Je doet wat je leuk vindt, en daar verdien je ook nog geld mee. Maar het is ook een erg onzeker beroep. Alleen de besten en gelukkigsten maken het. Je voelt je schuldig naar collega’s die het niet redden, maar ook naar je publiek. Fabrieksarbeiders en kantooremployés werken vijf dagen per week voor hun loon; als jij als artiest geen inspiratie hebt, mag je rustig een jaar niets doen. Als je daar tegenaanloopt, kun je nog behoorlijk van jezelf schrikken.
  En artiesten zijn vaak al zulke onzekere mensen. Een vicieuze cirkel ligt op de loer. De grens tussen het middelpunt van de belangstelling en de rand van de samenleving is vaak schrikbarend vaag. Deze tekst slaat niet alleen op Fresku. Hij zal worden herkend door heel veel mensen zonder gewone van-9-tot-5-baan…

Riep daar iemand ‘doctoraalstudenten’?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *