Honderd keer pop in je moerstaal (53)

Dit jaar schrijf ik een geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek in honderd chronologische stukjes, steeds geconcentreerd rondom één nummer. Vandaag deel 53.

Voor een groot aantal stukjes uit deze rubriek heb ik gebruik gemaakt van het boek Klare taal, dat in 1994 met een aantal frontmannen terugblikte op 15 jaar Nederlandstalige rock. In de inleiding vroegen ze zich af “Leeft dat nog wel, Nederlandstalige muziek?” Hun antwoord was bevestigend, want vlak voor het ter perse gaan van dit boek bereikte hun het nieuws dat Van Dik Hout uit Den Helder “wel eens de nieuwe Doe Maar zou kunnen worden.”
  De nieuwe Doe Maar, compleet met bijbehorende astronomische verkoopcijfers en hysterische taferelen, is Van Dik Hout niet geworden. Dat was ook te veel gevraagd. Maar het feit dat men een aankomend bandje tipte als de nieuwe Doe Maar, zegt een hoop. De tijd was weer rijp voor grote Nederlandstalige popmuziek, en Doe Maar, in zijn eigen tijd niet serieus genomen door de muziekpausen, gold nu als mijlpaal in de vaderlandse pophistorie. Frits Spits, die “Stil in mij” adopteerde, was blijkbaar bereid een tweede Doe Maar in de markt te zetten.

Van Dik Hout kwam voort uit een middelbareschoolbandje (van jongs af aan bij elkaar, lief en leed gedeeld – altijd een plusje bij hoeders van de goede smaak) uit Den Helder (een stad waar je je ergste vijand nog niet naartoe stuurt; als je daar vandaan komt en het landelijk maakt, ben je iemand), dat uiteindelijk op het Nederlands overging en zijn naam in Van Dik Hout vernoemde. Jezelf naar een spreekwoord vernoemen (“van dik hout zaagt men planken”), dat is een regelrechte liefdesverklaring aan de Nederlandse taal. Het ligt wel voor de hand dat de band muziek wilde maken in de geest van The Scene, De Dijk en Tröckener Kecks: luistermuziek met literair geïnspireerde teksten.

Voldoet hun eerste en nog steeds bekendste nummer, “Stil in mij”, aan die typering? Oordeel zelf:

We horen een niet heel harde, maar wel duidelijke rocker. Daarmee plaatst de band zich in de buurt van pakweg The Scene en niet van Doe Maar, dat zoals bekend reggae en ska maakte. Het is geen gecompliceerde rock, en ook geen heel bluesachtige rock, eerder poprock. Het nummer spreekt meteen aan. Dat hebben ze weer wel met Doe Maar gemeen.
  Dan de tekst. Het is niet helemaal duidelijk waarover die gaat, maar het is in ieder geval een liefdestekst. De ikpersoon voelt zich niet op zijn gemak en wil dat zijn geliefde bij hem komt liggen. Moest ik per se een interpretatie geven, dan zou ik zeggen dat ze een feest hebben gehad waarop zij het een stuk meer naar haar zin had dan hij. Misschien heeft ze wel met een gast geflirt.

     Kom bij me liggen, sla je lijf om me heen ik heb het koud gehad.
     We moeten winnen, de schijn is gemeen en wordt van ons verwacht.
     Vanavond, toont de liefde haar ware gezicht.

Er zijn veel liedjes waarin een man die het moeilijk heeft wordt uitgenodigd een vrouw om steun vraagt. Vaak zijn dat soort liedjes erg romantisch van aard. Denk aan “Laat me nu toch niet alleen” van Johan Verminnen (of Clouseau) en aan “Hou me vast” van Volumia!
  Dit liedje gaat echter geen moment die kant op, ondanks dat de eerste regel al meteen “Kom bij me liggen” luidt. Dat komt vooral door de muziek: uptempo en wel duidelijk rock, geen ballad. Er heerst geen zwoele zwijmelsfeer.
  Maar dat is nog maar een deel van het verhaal. De opbouw van het nummer stelt niet het knuffelen centraal, maar de chaos in des zangers hoofd. Het couplet leidt naar een knalrefrein dat onmiddellijk beslag legt op je hoofd, en daar heet het:

     En het is zo stil in mij ik heb nergens woorden voor.
     Het is zo stil in mij en de wereld draait maar door.

Een hyperactieve wereld en een zanger die erdoor overprikkeld raakt. Je zou zeggen iemand dan doorslaat, al was het maar van binnen, maar deze ikpersoon wordt juist stil van binnen. Wie ooit overprikkeld raakt, moet dat gevoel herkennen. De stroom aan informatie komt even niet in de juiste vakjes terecht, waardoor er in je geest even helemaal niets gebeurt.

Het gekke is, dat ik daar pas nu bij stilsta, terwijl ik dit nummer al 23 jaar ken. En ik ben vast de enige niet. Het idee van “het gaat niet goed met me” wordt moeiteloos overgedragen, maar zouden de duizenden fans die dit nummer al jarenlang meebrullen elke keer weer denken aan overprikkeldheid en de dringende behoefte om dit zonder woorden te verwerken?
  Waarschijnlijk is het vooral het refrein dat het doet. Zes woorden (“het is zo stil in mij”) die zich gemakkelijk laten meezingen. Woorden bovendien die individueel hun werk doen. “Stil” alleen al suggereert een scala aan gevoelens, van eenzaamheid tot gevoelloosheid, “in mij” geeft aan dat het nummer over gevoelens gaat. Op die manier ben je van meet af aan bij de ikpersoon betrokken.

“Stil in mij” werd niet echt een monsterhit, althans niet in verkoopcijfers. Het haalde plaats 23 in de Top 40, en kwam in de concurrent, de Mega Top 50, tot de 19e plek. Nederlandstalige rockbands zijn over het algemeen meer albumacts, maar zelfs de titelloze debuut-cd (waar “Stil in mij” op staat) kwam niet hoger dan de 6e plaats in de Album Top 100. Wel hield hij het daar bijna een jaar uit, waardoor het debuut uiteindelijk platina werd.
  Dat succes zouden ze niet evenaren. Van Dik Hout kwam in de schaduw te staan van opvolgers – deels navolgers – als De Kast en Bløf. Ze hebben echter een solide bestaan weten op te bouwen, en houden het tot op de huidige dag goed uit in de Eredivisie van de Nederlandstalige rock.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *